VO-docenten: relatie met en ontwikkeling van leerling zijn belangrijk
Docenten in het vo vinden vaak de relatie leerling-docent belangrijk voor het leren. Docenten in het wetenschappelijk onderwijs zien vooral het belang van de relatie leerling-leerstof. In beide onderwijssoorten zijn er ook docenten die zich meer als kennisdrager, als expert opstellen en dan de relatie docent-leerstof het kenmerkendst vinden voor het onderwijsleerproces.
De verschillende accenten die docenten leggen in de trits docent-leerstof-leerling hangen samen met een ruimer perspectief op leren. Drie perspectieven zijn:
1. ontwikkelingsgericht en gedeelde sturing
2. kennisgericht en sterke sturing
3. meningsvorminggericht en losse sturing.
Docenten uit het vo neigen naar het eerste perspectief, wo-docenten naar het derde. Ook blijken docenten van de ‘harde’ disciplines vaker het tweede perspectief te kiezen dan collega’s van de ‘zachte’ sector.
Dit is gebaseerd op een grootschalig onderzoek onder 675 docenten uit vwo en wo. Die hebben via een vragenlijst hun voorkeuren aangegeven. Het onderzoek is gedaan in de context van vernieuwingen als het studiehuis. Vooral opvattingen over zelfstandig leren zijn onderzocht.
Dit wordt uit de doeken gedaan in een artikel in Pedagogische Studiën (2007, 84, p. 293-308) van Helma Oolbekkink-Marchand, Jan van Driel en Nico Verloop. De eerste werkt als universitair docent bij het Instituut voor Leraar en School (ILS) in Nijmegen. De andere twee auteurs zijn verbonden aan het ICON van de Universiteit van Leiden. Helma Oolbekkink-Marchand promoveerde op dit onderwerp. (DE/261107)
1. ontwikkelingsgericht en gedeelde sturing
2. kennisgericht en sterke sturing
3. meningsvorminggericht en losse sturing.
Docenten uit het vo neigen naar het eerste perspectief, wo-docenten naar het derde. Ook blijken docenten van de ‘harde’ disciplines vaker het tweede perspectief te kiezen dan collega’s van de ‘zachte’ sector.
Dit is gebaseerd op een grootschalig onderzoek onder 675 docenten uit vwo en wo. Die hebben via een vragenlijst hun voorkeuren aangegeven. Het onderzoek is gedaan in de context van vernieuwingen als het studiehuis. Vooral opvattingen over zelfstandig leren zijn onderzocht.
De drie perspectieven in schema:
| ontwikkelingsgericht, gedeelde sturing | kennisgericht en sterke sturing | meningsvorminggericht en losse sturing |
| = doel: opvoeding en persoonlijke (talent)ontwikkeling | = doel: verwerven van pakket aan kennis en vaardigheden | = doel: stimuleren van kritische houding |
| = leerproces is veranderen | = leren is cumulatief en verloopt in vast volgorde | = visie op lln: werken hard, zelfstandig |
| = rekening houden met verschillen | = leren heeft duidelijk doel | = leerlingen hebben inbreng |
| = gezamenlijke sturing | = docent reguleert leeractiviteiten | = leerlingen reguleren |
| = relatie docent - leerling belangrijk | = docent - leerstof is belangrijk | = relatie leerling - leerstof is belangrijk |
Dit wordt uit de doeken gedaan in een artikel in Pedagogische Studiën (2007, 84, p. 293-308) van Helma Oolbekkink-Marchand, Jan van Driel en Nico Verloop. De eerste werkt als universitair docent bij het Instituut voor Leraar en School (ILS) in Nijmegen. De andere twee auteurs zijn verbonden aan het ICON van de Universiteit van Leiden. Helma Oolbekkink-Marchand promoveerde op dit onderwerp. (DE/261107)

