Onafhankelijke informatie over kiezen en kwaliteit van leermateriaal

oriëntatie leermiddelen-beleid

Vmbo’ers behoren niet tot de ‘Generatie Einstein’

‘Screenager generatie’ worden ze wel genoemd, de scholieren die zijn geboren tussen 1985 en 2000. Of ook wel ‘Generatie Einstein’ (de jongeren geboren tussen 1988 en nu). Deze jongeren zijn op vele vlakken anders dan jongeren van eerdere generaties. Zij kunnen ‘multitasken’, zijn 24 uur per dag bereikbaar, leren en leven in verschillende (online) netwerken en hebben andere verwachtingen ten aanzien van werk en scholing. Daarmee zijn het heel andere mensen. Vmbo’ers voldoen echter grotendeels niet aan dit beeld van de generatie Einstein, zo blijkt uit onderzoek. Ook niet op het gebied van leren en informatie verwerken.

Hiteq, centrum voor innovatie en onderdeel van Kenteq, kondigde eerder (in de publicatie De digitale wereld, een nieuwe kijk op leren?) al aan dat het wilde toetsen of de kenmerken zoals die worden toegeschreven aan de screenager generatie (ontleend aan het onderzoek van Aart Bontekoning) of de generatie Einstein (ontleend aan het boek van Jeroen Boschma en Inez Groen) ook gelden voor vmbo-leerlingen. Hiteq heeft daartoe een enquête gehouden onder 1420 leerlingen in het 3e en 4e leerjaar van het vmbo, afkomstig uit alle leerwegen. Ook zijn docenten en ouders van leerlingen geïnterviewd.

Afwijkende capaciteiten en behoeftes
Het blijkt dat de manier van leren en informatie verwerken van vmbo’ers grotendeels afwijkt van die van de generatie Einstein. Op allerlei essentiële onderdelen laten de vmbo’ers op dit vlak andere gewoontes, capaciteiten en behoeften zien. Slechts hun kritische houding ten aanzien van media hebben ze gemeen; ze nemen de informatie uit tv, krant en internet niet zomaar serieus.

Einsteiners leren in netwerken
De generatie Einstein leert lateraal, met behulp van associaties. Lineair leren aan de hand van een vaststaande instructie waarin een klassiek-didactische lijn wordt gevoelgd (bijvoorbeeld van theorie van praktijk, van model naar toepassing) spreekt hen niet aan. Einsteiners zijn heel goed in staat om informatie uit verschillende bronnen, waaronder hun eigen netwerk, aan te boren en deze aan te wenden in het leerproces. Ze leren in netwerken in plaats van alleen. Ze kunnen snel grote hoeveelheden informatie verwerken en deze een plaats geven in hun eigen ‘body of knowledge’. Structuur in het leren brengen zij zelf gaandeweg aan; ze hebben weinig behoefte aan een autoriteit die het leren voor hen ‘regelt’.

Multitasken is niet de norm
De vmbo’er daarentegen:
- heeft een voorkeur voor niet-tekstueel lineair leren
- heeft behoefte aan structuur en (stapsgewijze) instructie
- wil een aardige, toegankelijke docent met goede didactische vaardigheden en vakkennis
- werkt graag samen omdat dat gezellig is, maar niet omdat dat meer leerrendement oplevert
- geeft de voorkeur aan beeld boven tekst
en heeft moeite met:
- lezen
- het omgaan met grote hoeveelheden informatie
- het duiden van lesstof en met het in een context plaatsen van lesstof
- het beoordelen van de toepasbaarheid en de relevantie van lesstof
- het combineren van taken.

Behoefte aan instructie
Vmbo’ers hebben behoefte aan instructie, ook al proberen ze vaak liever iets uit dan een (tekst)instructie te moeten doornemen. Anders dan de Einsteiners onderzoeken zij niet zelf zonder instructie af te wachten. Niet-tekstueel lineair leren, waarbij de docent de leerling door de verschillende stappen van het leerproces begeleidt, lijkt de norm evenzeer voor leerlingen in de technische sector als in andere sectoren. Vmbo’ers hebben het veel meer dan Einsteiners nodig dat externen of externe factoren hen helpen met het aanbrengen van structuur in hun leerproces en hen helpen met het duiden en plaatsen van informatie. Vmbo’ers lijken geen moeite te hebben met lineair leren en geven daar zelfs de voorkeur aan. Anders dan de generatie Einstein verlangen de vmbo’ers van docenten vooral dat zij aardig zijn en over goede didactische eigenschappen beschikken. Coachingsvaardigheden, waarbij de docent de zelfstandig lerende leerling begeleidt wanneer dat nodig is en met rust laat wanneer dat gewenst is, zijn minder belangrijk dan dat de docent over veel vakkennis beschikt.

De in dit artikel genoemde uitgaven
A. Bontekoning: Generaties in organisaties. Amsterdam, 2007
I. Groen en J. Boschma: Generatie Einstein. Slimmer, sneller en socialer. Amsterdam, 2007
M.J. Groeneveld: De digitale wereld, een nieuwe kijk op leren? Hiteq, Hilversum 2007
M.J. Groeneveld: Generaties en generatieleren in organisaties. Hiteq, Hilversum, 2007
M.J. Groeneveld en K. van Steensel: Kenmerkend vmbo. Hiteq, Hilversum, 2008
De publicaties van Hiteq zijn hier aan te vragen.(TE/170408)