Onafhankelijke informatie over kiezen en kwaliteit van leermateriaal

Scholen hoeven uitgaven niet beter te verantwoorden

Minister Plasterk van Onderwijs heeft met het oog op de vermindering van de administratieve lasten geen behoefte aan aanvullende verantwoordingseisen aan scholen. Dat heeft hij gezegd in reactie op aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer.

De Rekenkamer heeft in opdracht van de Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen becijferd dat in de periode 1990 t/m 2007 naar schatting voor € 2,2 miljard extra aan de grote onderwijsvernieuwingen (basisvorming, tweede fase, vmbo) is uitgegeven. Als gevolg van weinig planmatige aanpak is ook op schoolniveau sprake van adhoc financiering en van incidentele financiering. Verder hoeven scholen zich niet meer dan globaal naar het ministerie te verantwoorden over de besteding van hun middelen in het algemeen, dus ook over die voor onderwijsvernieuwingen.
De Algemene Rekenkamer beveelt in haar rapport dan ook aan dat het ministerie bij operaties als deze meer aandacht besteedt aan de financiële onderbouwing van het beleid. Daarbij is aandacht gewenst voor zowel initiële als structurele kosten op schoolniveau. Het ministerie zou een meer planmatige aanpak moeten kiezen, en daarmee meer zekerheid geven over de financiering op de middellange termijn. Ook zouden de scholen in horizontale verantwoording aandacht moeten geven aan de besteding van hen voor bepaalde doelen ter beschikking gestelde middelen.
In een reactie stelt de minister dat de aanbeveling om meer aandacht te geven aan een planmatiger aanpak, in lijn is met de manier waarop bijvoorbeeld de financiële paragraaf van de Kwaliteitsagenda VO is vormgegeven. Hierin is sprake van een ‘contractmodel’, dat voor de periode 2008-2011 wordt ingevuld met de prestatieafspraken van de Kwaliteitsagenda. Daarnaast zal ‘een fors bedrag’ worden ingezet in het kader van de Commissie Leraren (Rinnooy Kan).
De aan de Kwaliteitsagenda gerelateerde investeringen gaan zoveel mogelijk rechtstreeks naar de scholen. De uitvoering van de prestatieafspraken wordt op school- en sectorniveau gevolgd door het geïntegreerd jaardocument en openbare benchmarkgegevens. Deze worden ontwikkeld in het kader van het project Vensters voor Verantwoording. In het jaardocument leggen scholen verantwoording af over het door hen gevoerde financieel beheer.
Minister Plasterk vindt dit, samen met de accountantsverklaring over een rechtmatige besteding voldoende waarborg voor een juiste besteding van middelen door scholen. Met het oog op de reductie van administratieve lasten vindt hij het niet opportuun om aanvullende verantwoordingseisen te stellen aan scholen of hen in evaluaties en monitoring hierover meer gegevens te laten aanleveren. Voor wat de horizontale verantwoording betreft vindt Plasterk het ‘op dit moment’ niet wenselijk om in het verlengde van recente stappen in het kader van het inspectietoezicht en de voorstellen die worden gedaan in het kader van ‘Goed bestuur’, aanvullende eisen te stellen aan scholen. (TE/031207)