Onafhankelijke informatie over kiezen en kwaliteit van leermateriaal

oriëntatie leermiddelen-beleid

Onderwijs in de 21e eeuw: anders, maar hoe?

De maatschappij blijft snel veranderen, de leefwereld van leerlingen verschilt steeds meer van die in het schoolgebouw, werknemers moeten flexibel zijn, zelfstandig en reflectief, en kennis en vaardigheden kunnen opdoen en toepassen is net zo belangrijk als kennis hebben. Zo al vier redenen waarom het onderwijs er principieel anders moet uitzien.

Enkele richtingen:

- De leerstof moet niet aangeboden worden in losse brokken maar in directe relatie tot een prestatie in het echte leven: competentiegericht leren.
- De leerlingen moeten op school al leren samenwerken aan een taak of het opbouwen van een kennisgeheel: samenwerkend leren.
- De schoolse context is te kaal om echt te leren waar het om gaat, die moet verrijkt worden en meer gericht op de context waarvoor je leert: contextrijk leren.
- Leerlingen moeten niet leren omdat het van de meester moet of in het boek staat maar om een realistisch probleem op te lossen: probleemgestuurd onderwijs.
- Gangbare ideeën over roosters, de inrichting van schoolgebouwen, het gebruik van boeken, de taak van de docent moeten terzijde worden geschoven als dat het leren meer bevordert: het nieuwe leren.

Voor leermiddelen kunnen deze nieuwe onderwijsvormen betekenen dat:
- de traditionele aanpak in schoolboeken niet meer (altijd) voldoet
- leren ook kan zonder boek, buiten school, met anderen
- de leerstof herschikt wordt rond een probleem of competentie
- de leermiddelen per schooljaar, per groep, per leerling of per docent kunnen verschillen.

Kleine woordenlijst van onderwijsvisie

Competentiegericht leren = Een competentie is het vermogen van iemand om in bepaalde situaties adequaat gedrag te vertonen. Dat vergt een samenspel van kennis, vaardigheden en houding. Bij competentiegericht leren worden die in samenhang aangeleerd. Zie Fontys en SLO.

Samenwerkend leren = Leren en leren samenwerken zijn bij samenwerkend leren gecombineerd. Samenwerken is pas zinvol en leerzaam als leerlingen elkaar echt allemaal nodig hebben, elk groepslid aansprakelijk is voor inbreng en resultaat, vaardigheden voor samenwerken in taal en gedrag worden geleerd, en het groepswerk zelf ook aandacht krijgt.
Zie Fontys.

Contextrijk leren = De context waarin je leert (groep, school) maar ook voorkennis worden zoveel mogelijk benut om te leren wat je uiteindelijk in de context van (vervolg)opleiding of werk nodig hebt. Uitgangspunt is dat leren gebouwd wordt op samen ervaringen opdoen, vanuit wat je al weet, gekoppeld aan wat je ermee moet. Een voorbeeld: Vechtdalcollege.

Probleemgestuurd onderwijs = Een casus met een probleemstelling zet het leren in gang. Via vaste stappen (van oriënteren op het probleem en de leertaak tot bespreken van de uitkomst) onderzoekt een groepje leerlingen realistische problemen en komt zo tot goede oplossingen. Zie: Wikipedia.

Het nieuwe leren = Het nieuwe leren is een containerbegrip voor al die onderwijsvormen die meer contextgebonden zijn, meer gericht op een zelfstandige rol van de leerling en meer de leraar als begeleider zien. Competentiegericht, samenwerkend, contextrijk en probleemgestuurd leren kunnen aspecten zijn van het nieuwe leren of vormen van nieuw leren worden genoemd. De term wordt vooral gebruikt wanneer de hele leeromgeving opvallend afwijkt (vaak wat betreft werkruimtes, roosters, computergebruik) van het gebruikelijke. Zie: Onderwijs maak je samen en Fontys. (DE/091007)