"Circa 5 procent van het lesmateriaal zit in de ELO"
Frans Poelwijk is conrector financiën en bedrijfsvoering op het Stedelijk Gymnasium Nijmegen. Sinds twee jaar heeft de school een elektronische leeromgeving.
Vijf pioniers
Ook aan de start van het werken met een ELO lag geen beleidsplan ten grondslag. "Een groepje docenten raakt enthousiast, er wordt een pilot uitgezet voor een paar vakken en een paar klassen. Zo groeit het verder." De vijf pioniers, die samen 200 blokuren per jaar hebben, stimuleren collega's om er ook gebruik van te maken. "Ik denk dat nu zo'n 20 á 25 procent van de leraren op de een of andere manier van de ELO gebruik maakt. Naarmate het docentenkorps verjongt, gaan er meer mensen mee aan de slag." Momenteel zit zo'n 5 procent van het materiaal in de ELO. "Hoeveel tijd er precies in zit, is moeilijk in te schatten, maar het kost relatief veel tijd. Het is nieuw, dus er mislukt wel eens wat."
Financiële beperkingen
Veel beslissingen hangen samen met financiën, stelt de conrector. "Eigenlijk schieten financiën altijd tekort in het onderwijs. Je wordt dus gedwongen kritisch naar je handelwijze te kijken." Neem bijvoorbeeld de voor de ELO zo belangrijke computers. "Zeg dat we zo'n 200 computers hebben staan, met een afschrijftermijn van 4 jaar, dan moeten we er 50 per jaar vervangen. Jaarlijks kost dat 35.000 euro en het totale ict-gebruik en beheer zo'n één á anderhalve ton. Je moet je dus afvragen hoe groot de behoefte is om met een klas achter de computer te kruipen en hoeveel apparatuur je daarbij nodig hebt." (JvA/270907)

