Onafhankelijke informatie over kiezen en kwaliteit van leermateriaal

Chinees als keuzevak

Op het Utrechts Stedelijk Gymnasium (USG) kunnen leerlingen naast hun gewone lessen het vrijwillig keuzevak Chinees volgen. Op het gebied van leermiddelen bij het vak Chinees valt er volgens rector Hanneke Taat nog een wereld te winnen. Ouders en de school trekken de portemonnee.

usgVersterkt talenonderwijs is een speerpunt van de USG. De school wil alle leerlingen, en dus niet een selecte groep, laten profiteren van een breed talenaanbod. Dat omvat behalve Cambridge Engels en een cursus Spaans sinds het schooljaar 2005-2006 ook Chinees. “Er waren destijds 44 aanmeldingen voor twintig plekken”, vertelt Taat. “Vorig jaar waren daarvan twaalf leerlingen over en inmiddels nog zeven. Niet  verwonderlijk: Chinees is heel erg moeilijk.”
Het vak wordt gegeven in het derde en vierde jaar. Anderhalf uur per week hebben ze les, waarin de Chinese taal en cultuur centraal staat. Hoe zit het met het examen? Taat: “Dat is een probleem. Een vastgesteld examen ontbreekt nog. Het is nog heel erg in ontwikkeling, we zijn echt aan het pionieren.”

Realiteitszin
Taat begrijpt dan ook niets van het nieuws dat een Kamermeerderheid volgend  jaar Chinees als keuzevak wil introduceren op havo en vwo. Natuurlijk: China groeit uit tot de grootste economische macht ter wereld. Kennis van de Chinese taal en cultuur kan op zichzelf dus geen kwaad. “Maar om het vak nu al overal te geven, nee. Dat getuigt van weinig realiteitszin. Ik zeg: laat de scholen vrij.”
Organisatorisch en financieel voorziet de USG-rector grote problemen. Er zijn wel sinologen, maar die blijken dun gezaaid. En het kost nogal niet wat. “Zo'n docent moet je wel betalen, simpel. Scholen kunnen niet alles extra aanbieden. Er wordt van de ouders een bijdrage van 150 euro gevraagd; de school vult het eventuele tekort aan.”

Animo
Hoe ontstond eigenlijk het idee voor Chinees? Nou, eigenlijk kwam het USG daar niet zelf mee. Het was een docent Chinees die zich aanmeldde. “Om de animo te polsen, zijn we toen de klassen langs gegaan. Belangstelling genoeg. En van het een kwam het ander: diezelfde docent geeft nu les.”
Op eigen initiatief en bij gebrek aan beter gebruikt zij tot nu toe het in een Chinese boekhandel in Amsterdam ontdekte boek Kuaile Hanyu (Vrolijk Chinees) dat als nadelen heeft dat het én Engelstalig én te makkelijk is. Zij stapt volgend schooljaar echter over op het boek Tin Chau Tsui (Chinees? 'n Makkie), een Nederlandstalige én iets moeilijkere methode van uitgeverij Coutinho. Op het gebied van leermiddelen bij het vak Chinees valt er volgens Taat nog een wereld te winnen. “Hoe het verder gaat is afwachten: met ieder jaar vijf leerlingen schiet het niet op. Chinees past in elk geval wel binnen onze onderwijsvisie. Wij willen kritische wereldburgers afleveren met een brede ontwikkeling die verder kijken dan Nederland.” (QM/121107)