Businessmodellen voor het ontwerpen van digitale content
Een businessmodel beschrijft hoe een organisatie binnen de educatieve contentketen economische waarde creëert. Met andere woorden: welke plaats neemt de organisatie in binnen de waardeketen? Welke producten levert de organisatie? Hoe wordt hiermee geld verdiend en welke techniek wordt daarbij gebruikt? Op 11 september 2007 organiseerde Kennisnet Ict op school een themabijeenkomst rond businessmodellen naar aanleiding van onderzoek dat TNO is gestart naar de opgeleverde businessmodellen in de regeling Contentstimulering. Tijdens deze bijeenkomst presenteerden drie projecten hun model.
Albert de Vos van ROC Zeeland (avjdevos@roczeeland.nl) lichtte het project Take, shape & share toe. Dat is gebaseerd op het principe: halen van formele content (take), (her)bewerken (shape) en delen van kennis (share). Het gaat om (nu nog) Engelse content, ontwikkeld binnen een community-model. De bedoeling is dat Nederlands materiaal wordt toegevoegd. De content wordt ELO-onafhankelijk opgeslagen in een centrale database in zgn. SCORM-pakketjes. Alle leden betalen mee aan het in stand houden van de community. De educatieve content wordt ingekocht, dan wel zelf gemaakt, al naar gelang de behoefte.
Het model dat Rinus Witvoet (REC Nachtegaal, Rotterdam) presenteerde namens het project Wonen Werken op het Web voor Zeer Moeilijk Lerenden, is gebouwd op een abonnementsysteem. Daarbij krijgen scholen die zelf nieuw materiaal ontwikkelen een korting op hun abonnement. De content (fotoverhalen met opdrachten) worden ontwikkeld door docenten van 6 ZML-scholen. Uitgeverijen zijn niet betrokken, omdat de doelgroep te klein en dus commercieel niet interessant is. Gehoopt wordt dat 60% van de ZML-scholen een abonnement zal nemen.
De OMO-school Pleincollege Bisschop Bekkers had behoefte aan een integrale, simpele en betrouwbare oplossing voor het zoeken, vinden, bestellen, afrekenen en gebruiken van digitale content. Die content moet in de eigen ELO van de school kunnen worden afgespeeld en niet op de sites van de verschillende uitgevers. In het project Digitaal doorschakelen werkt de school samen met distributeur Iddink, ELO-leverancier Three Ships en de uitgeverijen Malmberg en Ratio. Jan-Willem Besteman van Iddink legde uit hoe alle (SCORM)materialen worden ontsloten via het web via single-sign-on. De content blijft op de centrale server staan, terwijl het lijkt alsof er op de eigen pc gewerkt wordt. In de ELO is alleen een zgn. IMS-manifest aanwezig.
En zo werkt het: De school maakt via het web een ‘boekenlijst' aan bij Iddink. De leerling bestelt en betaalt de voorgeschreven boeken en de licenties voor digitale content. Deze bestellingen genereren automatisch een licentiedatabase (leerlingnummers 1, 2, 3 hebben recht op content x), die wordt geupload naar EduRoute. De school downloadt (IMS-manifests van) bestelde content bij EduRoute. De docent plaatst IMS-manifests in de materialenbank van de ELO en kan daarmee een arrangement samenstellen voor de leerling. De presentaties en een verslag van de bijeenkomst zijn hier te vinden. (270907/TE)

