Onafhankelijke informatie over kiezen en kwaliteit van leermateriaal

actueel

Actueel

Meer nieuwsberichten in het archief

  • Inschrijvingsperiode Leermiddelenbeleid gesloten

    oktober 2011

    De inschrijvingsperiode voor het project Leermiddelenbeleid is gesloten. 175 scholen nemen deel aan het project en werken aan een integraal leermiddelenbeleidsplan. De behoefte aan maatwerk in leermiddelen, aan digitaal leermateriaal, of een specifiek schooleigen curriculum leidt binnen scholen tot een bezinning op hun leermiddelenbeleid.

    Een helder leermiddelenbeleidsplan is belangrijk.

    • Het geeft duidelijkheid over de onderwijsvisie en de daarbij passende leermiddelen.
    • Docenten en schoolleiding voeren goed overleg over de leermiddelen.
    • De school kan leerlingen beter maatwerk bieden.
    • De school is actief bezig met innovatie en de inzet van ICT binnen het onderwijs

    Vanaf september 2011 tot en met januari 2012 vinden er +/- 75 werkbijeenkomsten leermiddelenbeleid plaats. Deelnemers aan het project en geïnteresseerden kunnen in de groep leermiddelenbeleid op Linkedin vragen stellen, discussiëren, tips en kennis delen. Daarnaast zijn we te volgen op twitter.



  • Reminder: inschrijven gratis werkbijeenkomsten leermiddelenbeleidsplan

    augustus 2011

    Heeft uw school zich al ingeschreven voor een serie van drie gratis werkbijeenkomsten over leermiddelenbeleid? Mocht dat niet het geval zijn dan herinneren we u er graag aan dat dit nog tot 30 september 2011 kan.

    Tijdens deze bijeenkomsten stelt u een leermiddelenbeleidsplan op voor uw school, samen met adviseurs van het Innovatieplatform-VO. In dit plan worden uw onderwijsvisie en de daarbij passende leermiddelen beschreven. De werkbijeenkomsten vinden plaats tussen september 2011 en januari 2012. 

    Om deel te nemen moet u zich eerst inschrijven. Daarna kunt u een serie van werkbijeenkomsten kiezen.

    U kunt zich inschrijven voor:

    • Regionale bijeenkomsten. Bekijk de beschikbare data en locaties
    • Een maatwerktraject, bedoeld voor groepen scholen (minimaal 7), bijvoorbeeld uit eenzelfde bestuur of regio. U ontvangt dan ondersteuning op maat en bepaalt zelf de data, locatie en tijd van de werkbijeenkomsten. Neem hiervoor contact op met het projectsecretariaat: leermiddelenbeleid@vo-raad.nl / 013 456 0311

     

  • Laat u informeren over ondersteuning bij leermiddelenbeleid in 2011

    mei 2011

    Het Innovatieplatform-VO ondersteunt scholen voor voortgezet onderwijs in 2011 voor de laatste keer kosteloos bij het opstellen van een eigen leermiddelenbeleidsplan.

    In juni zijn een aantal regionale informatiebijeenkomsten over leermiddelenbeleid. Deze zijn bedoeld voor scholen die zich oriënteren op leermiddelenbeleid en op de (kosteloze) ondersteuning van het Innovatieplatform-VO in 2011 bij het opstellen van een leermiddelenbeleidsplan. Informatiebijeenkomsten gaan vooraf aan werkbijeenkomsten, die in september starten.

    Tijdens de bijeenkomsten worden resultaten van het project Leermiddelenbeleid 2010 gedeeld. Daarnaast wisselen de deelnemers informatie uit over de noodzaak van leermiddelenbeleid en een doordachte aanpak binnen de eigen schoolorganisatie.

     

  • Bepaal samen met Innovatieplatform-VO uw leermiddelenbeleid

    april 2011

    Hoe kiest u als school het juiste lesmateriaal? Het Innovatieplatform-VO helpt bij het opstellen van een leermiddelenbeleidsplan, met een beschrijving van uw onderwijsvisie en de daarbij passende leermiddelen. Het platform biedt de ondersteuning in 2011 voor de laatste keer aan. Schrijf u nu in, via het formulier onderaan deze pagina.

    Het aanbod van leermiddelen wordt steeds groter; naast boekmateriaal bieden uitgevers ook
    ict-methodes aan en via Wikiwijs is gratis (open) leermateriaal beschikbaar. Het Innovatieplatform-VO helpt scholen een goed beleidsplan voor leermiddelen te formuleren. Zo kan een school uit al het beschikbare materiaal de juiste keuzes maken en leerlingen maatwerk bieden.

    Een goed beleidsplan bevat een duidelijke visie over bijvoorbeeld:

    • Massa/maatwerkverhouding: in hoeverre wordt er gebruikgemaakt van open en commercieel materiaal?
    • Koppeling leermateriaal en leeractiviteit: welk materiaal is geschikt voor welke taak?
    • Een meerjarenplan voor ICT-investeringen.

    Het ministerie van OCW stelt voor dit project extra middelen beschikbaar aan de VO-raad.

     

  • Scholen leveren leermiddelenbeleidsplannen aan!

    januari 2011

    De afgelopen maanden zijn iets over de 200 scholen voor voortgezet onderwijs aan de slag gegaan met een leermiddelenbeleidsplan. Daarvan hebben nu 100 scholen volgens afspraak hun plan bij ons aangeleverd. Voor een aantal scholen bleek het toch niet mogelijk om dit schooljaar al een leermiddelenbeleid te formuleren. Ongeveer 70 scholen zijn nu nog bezig met de afronding. Leermiddelenbeled leeft in het vo-scholenveld! Zie voor een overzicht: http://www.leermiddelenvo.nl/deelnemende_scholen  

  • Vo-content: sterk door samenwerking

    september 2010

    VO-content is een verzameling open digitaal leermateriaal voor het voortgezet onderwijs, die ontsloten wordt via Wikiwijs. De ambitie is om in 2012 in Wikiwijs te beschikken over kerndoel- en eindtermendekkend digitaal leermateriaal. Van praktijkonderwijs tot en met gymnasium.

    Dan is er leermateriaal te vinden voor ongeveer 30.000 uur onderwijstijd, gesorteerd op leerlijnen- en leereenhedenniveau.

    Aanbieders van samenhangende collecties
    Het Innovatieplatform werkt vooral samen met aanbieders van samenhangende collecties digitaal materiaal voor VO-content. Die samenhang kan bijvoorbeeld betrekking hebben op een rangschikking rond een onderdeel van een vak (thema of leerlijn), een vak (voor een leerjaar of meerdere leerjaren) of rond leerlingniveaus. Er is een breed palet van aanbieders: scholengroepen, docentengroepen, examencommissies
    (Stichting Innovatie van Onderwijs in Bètawetenschappen en Technologie), gesubsidieerde initiatieven, universiteiten, lerarenopleidingen, culturele instellingen, uitgeverijen et cetera.

    Kwaliteitszorgsysteem
    VO-cont wordt voorzien van een kwaliteitszorgsysteem, dat het Innovatieplatform VO samen met het SLO ontwikkelt. Hierin is aandacht voor de vindbaarheid van het materiaal, de gebruikersvriendelijkheid en de inhoudelijke en didactische correctheid. Het kwaliteitszorgsysteem zal vanaf 1 september 2010 gedeeltelijk, en op 1 augustus 2012 volledig in gebruik zijn.

    U kunt zich nu inschrijven voor de workshop 'Gebruik van VO-content. Bekijk informatie over VO-content op Youtube of op Publicaties.

  • Inschrijven voor werkbijeenkomsten leermiddelenbeleid nog mogelijk

    september 2010

    Ruim 200 scholen hebben zich inmiddels aangemeld voor ondersteuning bij het ontwikkelen van hun leermiddelenbeleid. Ook dit najaar kunnen scholen zich nog aanmelden voor ondersteuning.

    De adviseurs van het project Leermiddelenbeleid van het Innovatieplatform-VO ondersteunen scholen (kosteloos) bij het opstellen van een leermiddelenbeleidsplan.

    De adviseurs organiseren daarnaast per regio (noord, midden, zuid) twee opeenvolgende werkbijeenkomsten voor scholen die aan de slag willen met het maken van een leermiddelenbeleidsplan. Het volgen van beide bijeenkomsten is nodig om een afgerond leermiddelenbeleidsplan voor uw school te realiseren. 

    De volgende opties zijn nog open:

    Regio noord

    Zwolle (locatie nog niet bekend)*

    5 oktober 13.00 - 17.00 uur

    16 november 13.00 - 17.00 uur

     

    Leeuwarden (locatie nog niet bekend)*

    7 oktober 13.00 - 17.00 uur

    25 november 13.00 - 17.00 uur

     

    Regio midden

    Utrecht (Zalencentrum Vredenburg)

    13 oktober 13.00 - 17.00 uur

    25 november 13.00 - 17.00 uur

     

    Amsterdam (locatie nog niet bekend)*

    14 oktober 13.00 - 17.00 uur

    1 december 13.00 - 17.00 uur

     

    NB. De bijeenkomsten in de regio zuid zijn volgeboekt. Scholen kunnen vanzelfsprekend bijeenkomsten in de overige regio’s volgen.

    * Exacte locaties worden op een later tijdstip bekendgemaakt.

  • Ondersteuning bij leermiddelenbeleid in schooljaar 2010/2011

    juli 2010

    Op dit moment hebben 150 scholen zich inmiddels aangemeld voor ondersteuning bij het vormgeven van hun leermiddelenbeleid. Dit initiatief van het Innovatieplatform-VO blijkt in een grote behoefte te voorzien. De adviseurs van het project Leermiddelenbeleid van het Innovatieplatform-VO assisteren scholen (kosteloos) bij het ontwikkelen van een leermiddelenbeleidsplan.

    Scholen kunnen zich nog aanmelden voor ondersteuning. In 2010 is vanuit het project Leermiddelenbeleid van het Innovatieplatform capaciteit om 250 scholen te ondersteunen. Op dit moment zijn er nog 100 plaatsen beschikbaar. Als u nog gebruik wilt maken van het kosteloze ondersteuningsaanbod is het belangrijk zo snel mogelijk in te schrijven.

    Leermiddelenbeleidsplan
    Om als schoolleider vanuit onderwijskundig en organisatorisch perspectief zicht te houden op gebruikte leermaterialen, is een leermiddelenbeleidsplan onontbeerlijk. Het leermiddelenbeleidsplan legt de kaders vast voor de visie, het beleid en de organisatie van de school met betrekking tot leermiddelen. Uiteindelijk leidt dit tot een plan dat inzichtelijk maakt welke leermaterialen in de verschillende locaties, afdelingen, secties en leerjaren gebruikt worden in een school.

    Ondersteuning
    De adviseurs van het project Leermiddelenbeleid ondersteunen u bij het samenstellen van een dergelijk plan. Daarvoor organiseren zij na de zomervakantie per regio (noord, midden, zuid) een tweetal werkbijeenkomsten. Deze werkbijeenkomsten zijn bedoeld voor scholen die al aan de slag willen met het maken van een leermiddelenbeleidsplan. Deelname aan deze bijeenkomsten levert een afgerond leermiddelenbeleidsplan op voor uw school.

    Informatiebijeenkomsten
    In september zijn er nog een aantal regionale informatiebijeenkomsten over het leermiddelenbeleid. Deze zijn bedoeld voor scholen die zich oriënteren op leermiddelenbeleid en op de ondersteuning van het Innovatieplatform-VO en gaan vooraf aan de werkbijeenkomsten. U krijgt achtergrondinformatie over het 'hoe en waarom' van een leermiddelenbeleidsplan. Ook voor deze bijeenkomsten kunt u zich nog aanmelden.

  • Bijeenkomsten leermiddelenbeleidsplan op de agenda

    juni 2010

    Om als schoolleider vanuit onderwijskundig en organisatorisch perspectief overzicht te houden op gebruikte leermaterialen, is een leermiddelenbeleidsplan onontbeerlijk. Het Innovatieplatform-VO van de VO-raad helpt u graag bij het samenstellen van een dergelijk plan.

    In een leermiddelenplan wordt de diversiteit aan materialen voor een school inzichtelijk gemaakt door te beschrijven welke leermaterialen in de verschillende locaties, afdelingen, secties en leerjaren gebruikt worden.

    Informatiebijeenkomsten

    De adviseurs van het project Leermiddelenbeleid van het Innovatieplatform-VO van de VO-raad kunnen u (kosteloos) assisteren bij het ontwikkelen van een leermiddelenbeleidsplan voor uw school. Dat doen zij door nog voor de zomervakantie een aantal informatiebijeenkomsten over het 'hoe en waarom' van een leermiddelenbeleidsplan te organiseren. De laatste van deze bijeenkomsten vindt plaats op 24 juni.

    Na de zomervakantie worden per regio een tweetal werkbijeenkomsten georganiseerd. Deelname aan deze bijeenkomsten zal resulteren in een afgerond leermiddelenbeleidsplan voor uw school. Enkele pilotscholen die het afgelopen jaar hun leermiddelenbeleid hebben vertaald in een plan, treden op als gastheer en zullen u assisteren.


  • leermiddelenvo.nl gaat scholen gericht ondersteunen bij hun leermiddelenbeleidsplan

    april 2010

    Binnen het Programma Leermiddelenbeleid 2009 hebben 33 pilotscholen een leermiddelenbeleidsplan opgeleverd. Leermiddelenbeleid raakt het hart van het onderwijs. Het fungeert als motor voor verdere ontwikkeling van onderwijsvisie, een schooleigen curriculum, professionalisering en andere financieringsvormen.

    Inmiddels hebben meerdere scholen de wens geuit met hun leermiddelenbeleid aan de slag te willen. Het Innovatieplatform VO wil met het project Leermiddelenbeleid 2010 aan deze wens tegemoet komen en heeft een nieuw team van enthousiaste en deskundige adviseurs in het leven geroepen om scholen te ondersteunen.

    Dankzij de ervaringen van de pilotscholen kunnen we heel gericht ingaan op de vragen die er in het scholenveld spelen. Daarom werken wij op dit moment aan een nieuwe opzet van deze website: u gaat hier op één plek alle tools, activiteiten en contacten overzichtelijk verzameld vinden, die u helpen bij het vormgeven van een leermiddelenbeleidsplan.

    Aan de hand van heldere vragen zult u zich kunnen orienteren op de thema’s die relevant zijn voor leermiddelenbeleid. U vindt hier dan ook een format voor een leermiddelenbeleidsplan, met praktische tools die u helpen een schooleigen invulling te geven aan elk onderdeel.

    Scholen die betrokken willen zijn bij de verdere ontwikkeling van deze site zijn van harte uitgenodigd contact met ons op te nemen!

     

  • Onderzoek naar effectiviteit van leermaterialen in het Voortgezet Onderwijs

    maart 2010

    Joke Voogt en Natalie Pareja Roblin van de Faculteit Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente deden een literatuurstudie naar de effectiviteit van leermaterialen in het Voortgezet Onderwijs.

    Aanleiding voor het onderzoek was de behoefte van schoolleiding en docenten aan betrouwbare en praktisch toepasbare kennis van het optimaal inzetten van digitaal leermateriaal in combinatie met papieren leermaterialen.

    Antwoorden
    In de literatuurstudie is onderzocht welke antwoorden vanuit het wetenschappelijk onderzoekkunnen worden gegeven op de vragen uit de scholen. Meer specifiek gaat deze literatuurstudieover het effectief gebruik van specifieke leermaterialen in het onderwijs. Daarbij is aandachtgeschonken aan onderwijskundigen en economische aspecten van leermaterialen.

    Doel
    Het doel van de literatuurstudie is om een overzicht te geven van de stand van zaken van het onderzoek naar de effectieve inzet van diverse typen leermaterialen in het onderwijs. De opbrengst van het literatuuronderzoek is een beschrijvende inventarisatie van nationaal en internationaal wetenschappelijk onderzoek naar effectief gebruik van digitaal en papieren leermateriaal.

    U kunt het rapport hier downloaden.

     

  • VO-raad: 'Politiek moet investeren in kwaliteit docenten'

    maart 2010

    De VO-raad roept de politieke partijen op om in hun verkiezingsprogramma’s de kwaliteit van het onderwijs - in het bijzonder aandacht voor goed opgeleide docenten - tot speerpunt te maken en te investeren in onderwijs. Dat blijkt uit een persbericht dat de raad onlangs verstuurde.

    Volgens de VO-raad is de toename van het aantal onbevoegde docenten dat voor de klas staat niet acceptabel. Om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen en te verbeteren is het van belang te investeren in voldoende en goed opgeleide docenten.

    Meerdere oplossingen
    De raad realiseert zich dat voor het lerarentekort niet één passende oplossing bestaat. Daarom heeft het voortgezet onderwijs meerdere initiatieven ontwikkeld om het lerarentekort op te lossen. Daarbij kan gedacht worden aan het Actieplan Leerkracht, de verhoging van de lerarensalarissen, de invoering van de educatieve minor, regelingen rondom zij-instromers, het convenant met UWV en het zelf opleiden van docenten via opleidingsscholen.

    Kortdurende vervanging
    Ondanks al die inspanningen en initiatieven ondervinden scholen nog steeds problemen vanwege het lerarentekort. Zo hebben scholen te kampen met onvervulde uren en een toenemend aantal lessen dat gegeven wordt door on(der)bevoegde docenten. Vooral het vinden van kortdurende vervanging is volgens de raad een groot probleem. Daardoor zijn scholen soms genoodzaakt te kiezen uit twee kwaden: onbevoegde docenten voor de klas of leerlingen naar huis sturen.

    De VO-raad blijft zich daarom onverminderd inzetten voor investeringen in onderwijskwaliteit en daarmee voor de toekomst van leerlingen. De raad ziet het investeren in kennis nu 'van essentieel belang voor Nederland'.

  • SURFnet/Kennisnet schrijft Innovatieregeling 2010 uit

    februari 2010

    Na het succes van de innovatieregeling 2009, heeft het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma de Innovatieregeling 2010 uitgeschreven. Daarmee geven SURFnet en Kennisnet gezamenlijk een impuls aan ict vernieuwing in het gehele onderwijs. De regeling is bedoeld voor docenten en ict-coördinatoren uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.

    In het SURFnet Kennisnet Innovatieprogramma kan een school een financiële bijdrage van maximaal €10.000,- krijgen voor een innovatief project. De doelstelling van deze regeling is het stimuleren van kleinschalige innovatieve experimenten met ict die een onderwijskundig relevant probleem oplossen en het onderwijs versterken.

    Compensatie
    Om deze doelstelling en resultaten te bereiken stelt het SURFnet Kennisnet innovatieprogramma een stimuleringsbijdrage en ondersteuning ter beschikking waarmee praktische en financiële belemmeringen om te experimenteren (gedeeltelijk) worden gecompenseerd.

    Aanvraagprocedure
    Om in aanmerking te komen voor selectie moet het aanvraagformulier Innovatieregeling 2010 te ingevuld worden. Dit formulier kunt u downloaden van de website http://regelingen.kennisnet.nl . Het aanvraagformulier kan vervolgens digitaal worden ingediend via regelingen@kennisnet.nl, onder vermelding van 'Innovatieregeling 2010' en de naam van de aanvragende instelling.

    De inschrijving is geopend tot 12 april 2010.

  • Scholen enthousiast over leermiddelenbeleid

    februari 2010

    - 33 Projecten afgerond: een eerste stap is gezet -

    Leermiddelenbeleid raakt het hart van het onderwijs en versterkt het bewustzijn over en het draagvlak voor de onderwijsvisie. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het eindrapport ’Leermiddel, de docent, zijn leerling en hun toekomst’ van het Programma Leermiddelenbeleid, een project van de Vo-raad.

    Binnen het programma voerden 33 scholen een project uit. Andere scholen kunnen van hun ervaring gebruik maken. Met het opzetten van leermiddelenbeleid komen allerlei fundamentele onderwijszaken samen: de wens om de leerling meer maatwerk te bieden, de behoefte aan een meer schooleigen curriculum en toenemend gebruik van ict en de mogelijkheden van andere financieringsvormen.

    Het leermiddelenbeleid zorgt voor een direct gesprek tussen docenten en leidinggevenden over onderwijs, schoolontwikkeling en innovatie. Schoolleiding en docenten kunnen hun voordeel doen met de ervaringen en ideeën van de projectscholen. Het rapport beschrijft naast succesfactoren en obstakels ook de verschillende rollen en opvattingen van schoolleiding en docenten

    Download het rapport 'Leermiddel, de docent, zijn leerling en hun toekomst' hier (PDF)

    Download het rapport 'Plannen voor leermiddelenbeleid van ruim 10 scholen' hier (PDF)

     

     

  • Eerste digitale leerobjecten ontsloten via Edurep

    januari 2010

    Vanaf februari 2010 worden 3600 nieuwe leerobjecten doorzoekbaar via Edurep. Een eerste deel daarvan is al operationeel.

    Edurep is een centrale voorziening die digitale collecties van leermaterialen op internet vindbaar maakt. Die collecties worden ook wel repositories genoemd. In deze repositories zijn leerobjecten gelabeld door kenmerken, de zogenaamde metadata. Voorbeelden hiervan zijn titel, auteur, onderwijsniveau of bepaalde sleutelwoorden. Edurep haalt de metadata op uit de repositories. Daarna worden deze gegevens opgeslagen in een database en via online zoekmachines doorzoekbaar gemaakt.

    Regeling
    De aanbieders van collecties leermiddelen kunnen via de regeling 'Aansluiting collecties online digitaal leermateriaal' en met financiële ondersteuning vanuit Kennisnet de koppeling tussen hun collectie en Edurep maken. Het gaat ondermeer om collecties van Podium, Krant in de klas, Biodesk, Digibord op school, Didac, Danae webkwesties, Digimaster, ETV, Studio VO Scala Media, Math4all, Uitgeverij Tumult, Lesidee, OVC, en Codename Future.

    Technische hobbels
    We vroegen Jeroen van Vuuren, die zich binnen Kennisnet bezighoudt met het productmanagement van Edurep om een korte toelichting op de stand van zaken rond Edurep. Van Vuuren: "De eerste projecten staan online. Er zijn bij een aantal collecties nog wat kleine technische hobbels. De verwachting is dat het grootste deel van de collecties in februari beschikbaar komt".

    Overzicht en informatie
    Een overzicht van collecties die al in Edurep aanwezig zijn, inclusief beschrijvingen van het leermateriaal vindt u in dit PDF-document. Meer informatie over Edurep kunt u nalezen op: http://edurep.kennisnet.nl

     

  • IPON 2010: ICT in en rond de lespraktijk

    januari 2010

    Voor in de agenda: op woensdag 10 en donderdag 11 maart wordt voor de derde keer de IPON (ICT Platform Onderwijs Nederland) georganiseerd in de Jaarbeurs in Utrecht. Bezoekers hebben de keus uit ruim 80 gratis workshops, lezingen en presentaties op het gebied van digitaal onderwijs.

    Geïnteresseerden kunnen op IPON 2010 kennismaken met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van digitale leermiddelen, e-learning, software en automatisering. Ook kunnen zij hun digitale vaardigheden vergroten in interactieve workshops, presentaties bezoeken op de informatiemarkt of zich bij laten praten door deskundigen over de nieuwste innovaties.

    IPON Awards
    Op IPON 2010 zullen ook de IPON Awards uitgereikt worden aan ict-bedrijven die zich richten op het onderwijs. De Award winnaars mogen het IPON kwaliteitsmerk voeren. Daaraan kunnen onderwijsinstellingen zien dat een bedrijf zich onderscheidt in innovatie, kwaliteit en originaliteit.

    Scholen vrijmarkt en Teachmeet
    Ook dit jaar is er weer een scholen vrijmarkt onder auspiciën van stichting de Digitale School. De Teachmeet, een informele bijeenkomst voor iedereen die nieuwsgierig is naar technologie, onderwijs, innovatie en creativiteit keert eveneens terug.

    Programma
    Op het programma van IPON 2010 staan onderwerpen als digitale leermiddelen, samenwerking, innovatie & gadgets, begeleiding en sturing in het ict integratie debat en ondersteunende software en hardware in het leerproces. Het definitieve programma wordt in februari bekend gemaakt.

    Voorinschrijving
    Geïnteresseerden kunnen via voorinschrijving gratis toegangskaarten bestellen. Aan de deur kosten deze 15 euro per stuk. Registreren kan via www.ipononline.nl

     

  • Proeffase Wikiwijs officieel van start

    december 2009

    Op 14 december is de proeffase van Wikiwijs van start gegaan. Minister Plasterk was bij de opening in Breda aanwezig en ging in gesprek met docenten die succesvolle ervaringen hebben met open leermateriaal. Via de 'Upload Yourself' sessies konden deelnemers zichzelf aanmelden en kennis maken met het online platform.

    Wikiwijs is - voor wie het nog niet wist - een open leermaterialenbank waaraan iedereen kan bijdragen. Wikiwijs is voor en door docenten. Zij kunnen op Wikiwijs onderwijsmateriaal vinden, downloaden en gebruiken.

    Website
    Op de website van Wikiwijs is het op eenvoudige wijze mogelijk om lessen samen te stellen en lesmateriaal te ontwikkelen, te plaatsen en te beoordelen. Daarnaast vinden geïnteresseerden er een uitgebreide lijst met veelgestelde vragen over het project. De meest recente toevoegingen aan Wikiwijs zijn een aantal instructiefilmpjes die laten zien hoe Wikiwijs werkt en hoe lessen gearrangeerd, ontwikkeld en geplaatst kunnen worden.

    Bijblijven
    Via de nieuwsbrief Wikiwijs en het Wikiwijs weblog worden deelnemers aan Wkiwijs op de hoogte gehouden van nieuws en vorderingen rond het project. Tijdens de proeffase ligt de nadruk bij Wikiwijs op po, vo en mbo. De definitieve versie van Wikiwijs gaat in het schooljaar 2010-2011 van start. Vanaf 1 september 2010 komen alle onderdelen van Wikiwijs ook in etappes beschikbaar voor het hbo en wo.

    VO-raad
    De VO-raad is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het open leermateriaal met een omvang van ongeveer 20.000 uren onderwijstijd voor het voortgezet onderwijs in Wikiwijs. Dat is het aantal uren waarvoor er leermateriaal moet zijn om te spreken van kerndoeldekkend en eindtermendekkend materiaal van praktijkonderwijs tot gymnasium. In opdracht van de VO-raad coördineert SLO (de landelijke stichting voor leerplanontwikkeling) het kwaliteitszorgproces. Bij de realisatie van kwaliteit is een groot netwerk van aanbieders, gebruikers en experts betrokken.

    VO-content
    Op VO-content komt een geordende verzameling van open leermateriaal van verschillende aanbieders beschikbaar. De materialen zijn gerangschikt rond een vak (voor een leerjaar of meerdere leerjaren) of rond een cluster van vakken. De bedoeling is om in de toekomst ook te kunnen rangschikken rond een thema of leerlijn. De planning is dat alles op dit gebied gereed is bij aanvang van het schooljaar 2012-2013.

    Lees ook over Wikiwijs op www.vo-raad.nl

  • Subsidie voor ontwikkeling digitale bibliotheek Nederland

    december 2009

    Minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft onlangs bekend gemaakt dat zeventien bibliotheekorganisaties in totaal 7,5 miljoen euro subsidie krijgen om de digitale bibliotheek in Nederland verder op te bouwen. Zo wordt het in de toekomst ook mogelijk om de elektronische leeromgeving van scholen te koppelen aan deze digitale bibliotheek.

    Steeds meer leermiddelen en lesmaterialen worden (ook) in digitale vorm uitgegeven. Om nog maar niet te spreken van kranten, tijdschriften en boeken, materialen die door leerlingen veelvuldig gebruikt worden bij hun opleiding of studie. Door die toenemende digitalisering van informatie verandert de functie van de openbare bibliotheek. Naast de traditionele openbare bibliotheek ('een gebouw met boeken, kranten en tijdschriften') ontstaat een digitale openbare bibliotheek.

    Samenwerking
    Om alle digitale informatie te ontsluiten en toegankelijk te maken werkt het Ministerie van OCW samen met de bibliotheekbranche, de gemeenten en de provincies aan de opbouw van een landelijke digitale openbare bibliotheek. Daarvoor is in 2009 in totaal ongeveer 19 miljoen euro beschikbaar. Ongeveer tien miljoen euro daarvan wordt al ingezet voor specifieke projecten.

    Voorbeeld: Biebsearch
    Op het op 12 november gehouden NVB Jaarcongres heeft Annemarie van Essen een presentatie gegeven over het project 'Biebsearch', waarbij 'ICT, onderwijs, projecten, stages en de bibliotheek in elkaar overvloeien'. Biebsearch is daarmee dus een voorbeeld van een project waarbij sprake is van de koppeling van de elektronische leeromgeving aan de digitale bibliotheek. De presentatie is te downloaden via de website van NVB congressen.

  • Essaybundel over bruikbaar digitaal leermateriaal online

    november 2009

    Op het weblog van Kennisnet is begin november de essaybundel "Hier heb ik niets aan!" integraal online verschenen. In de essays proberen verschillende experts antwoord te geven op de vraag waarom veel digitaal lesmateriaal door docenten en leerkrachten nog steeds als 'niet bruikbaar' wordt ervaren.

    Uiteraard wordt er in de verschillende verhalen ook aandacht besteed aan mogelijke oplossingen en maatregelen die nodig zijn om dit probleem op te lossen.

    De titel van de bundel is een verwijzing naar een veelgehoorde uitspraak met betrekking tot deze materie. Deze geeft volgens kennisnet "in één simpele uitspraak één van de meest weerbarstige barrières weer die verdere integratie van ict binnen het onderwijs in de weg staat". Kennisnet nodigt iedereen uit om op de essays te reageren.

    De lijst met links naar de verschillende bijdragen is te vinden op:
    http://kennisnetonderzoek.wordpress.com/2009/11/03/essaybundel-hier-heb-ik-niets-aan/

  • Presentatie stand van zaken Elektronisch Leerdossier online

    november 2009

    Op de afgelopen Onderwijsdagen 2009 werd ook een sessie over het Elektronisch Leerdossier (ELD) gegeven. Projectleider Gerard van der Hoorn lichtte daar de stand van zaken rondom het ELD toe in een presentatie. Die laatste is nu ook online beschikbaar.

    Het ELD moet 'de standaard voor het digitaal uitwisselen van leergegevens' worden, althans dat is de doelstelling van de Organisatie Leren Doorgeven , die het project aanstuurt.

    Proof of Concept
    In de presentatie van Van der Hoorn wordt onder andere en uiteraard aandacht besteed aan de belangrijkste resultaten tot nu toe rondom het ELD en de uitrol naar versie 2.0. Zo komt het 'Proof of Concept', waaronder de oplevering van het ELD-postkantoor (waar de gegevens van leerlingen tijdelijk worden opgeslagen) uitgebreid aan de orde.

    Uitrol en vorderingen

    Van der Hoorn informeert ook over de testomgeving ('proeftuin') voor scholen en de daadwerkelijke productieomgeving. Ook geeft hij inzicht in het traject met betrekking tot de afspraken die gemaakt worden met leveranciers en het proces rondom de kwalificatie van leveranciers én instellingen. Tenslotte licht hij ook de vorderingen rond de uitrol toe via de ketenpilot en de toegewezen hotspot-locaties nader toe.

    Presentatie
    Geïnteresseerden kunnen de presentatie online nalezen op het e-Learning weblog van Wilfred Rubens. Hij was bij de presentatie aanwezig en geeft in een bericht daarover zijn kritische mening over het nut van het ELD. De presentatie is ook rechtstreeks via de website van SlideShare te bekijken.

  • Project WRTS Mobiel afgerond

    oktober 2009

    Afgelopen zomer is het project WRTS Mobiel afgerond. Dit project had als doel een mobiele variant te ontwikkelen voor wrts.nl. Dat is online overhoorprogramma voor leerlingen uit het VO waarbij deze zelf woorden kunnen invoeren, bestaande woordenlijsten van uitgevers kunnen uploaden en woordenlijsten met elkaar kunnen delen.

    De ontwikkeling van WRTS Mobiel had een driedelig doel. Ten eerste het aanbieden van lesstof via een mobiel apparaat, altijd en overal, door middel van de woordenlijsten en de bijbehorende toetsen en oefeningen. Ten tweede het in en rond de les aanbieden van vocabulaire toetsen en oefeningen op mobiele telefoons en PDA’s. En ten derde het ondersteunen van samenwerking en interactie tussen leerlingen via het delen van woordenlijsten en samen oefenen.

    Testen
    Na de ontwikkeling van de mobiele applicatie (voor de iPhone) is deze ter test voorgelegd aan leerlingen en docenten binnen een onderwijssetting. De belangrijkste vragen die daarbij gesteld werden: gebruiken de leerlingen deze altijd beschikbare mobiele versie in de zogenaamde 'verloren' momenten? Leidt dit gebruik tot meer samenwerking bij het leren? Verbetert het gebruik van de mobiele versie de leerprestaties van de leerlingen?

    Resultaten
    Na een vrij korte testperiode viel vast te stellen dat tweederde van de WRTS mobiel gebruikers positief is over de meerwaarde van de mobiele variant voor het behalen van betere leereffecten. De leerlingen waren vooral te spreken over het gebruik van de applicatie tijdens de zogenaamde Dalton-lesuren. Daarin staat tempodifferentiatie centraal. Toch werd ook opvallend vaak gemeld dat ook in deze situatie het leren vanaf een velletje papier favoriet is. Oorzaak: minder afleiding.

    Eindrapport
    Er is ondertussen ook een eindrapport verschenen over dit project. Daarin zijn alle doelstellingen, uitkomsten en conclusies van het project uitgebreid beschreven. Geïnteresseerden kunnen dit rapport hier downloaden.

    Make-it mobile
    De WRTS Mobiel applicatie kan als mooi voorbeeld of inspiratiebron dienen voor de ontwikkeling van andere mobiele applicaties voor het onderwijs. SURFnet en Stichting Kennisnet hebben daar onlangs een speciale wedstrijd voor in het leven geroepen onder de naam Make-it-mobile.

    De wedstrijd moet de mogelijkheden van mobiel leren onder de aandacht brengen en het gebruik van mobiel internet in het onderwijs een impuls geven. Docenten, schoolmanagers, scholieren en studenten uit alle onderwijssectoren kunnen nog tot en met 10 november ideeën aanleveren om daarmee deel te nemen.

    Meer informatie over Make-it-mobile kun je nalezen op: www.mobieleonderwijsdiensten.nl/mim  

     

  • Gratis oefenen met e-learning bij Malmberg

    oktober 2009

    Uitgeverij Malmberg maakt het sinds kort mogelijk voor docenten in het Voortgezet Onderwijs om ervaring op te doen met e-learning. Malmberg heeft daarvoor een speciaal ingerichte elektronische leeromgeving in het leven geroepen.

    De leeromgeving is een ideale proeftuin voor docenten die hun eerste stappen zetten in de wereld van het digitale onderwijs. Docenten kunnen vanuit huis of school op elk gewenst moment inloggen op de omgeving. Op die manier kunnen zij rustig en op hun eigen tempo oefenen en experimenteren met e-learning en de nieuwste ict-ontwikkelingen binnen het onderwijs.

    Anne Bruinenberg, directeur-uitgever VO/MBO bij Malmberg: "Wij realiseren ons dat niet elke docent even gemakkelijk meegaat in de voortschrijdende digitalisering van het onderwijs. Het is daarom fijn als je in een veilige omgeving - waar fouten maken niet erg is - de aansluiting weet te houden met e-learning in je eigen vakgebied".

    Nieuw platform
    De omgeving draait op het nieuwe 'Malmberg publishing platform' dat afgelopen zomer is opgeleverd. Dat platform is gebaseerd op nieuw concept voor alle nieuwe en toekomstige methodes van Malmberg voor het voortgezet onderwijs.

    Mogelijkheden
    Het nieuwe platform biedt verschillende mogelijkheden. Zo kunnen docenten zelf lesprogramma's samenstellen en deze desgewenst automatisch differentiëren per individuele leerling. Ook bevat het een volledig digitaal toetssysteem. Voortgang en resultaten van leerlingen kunnen eveneens eenvoudig gecontroleerd worden. Docenten kunnen bovendien hun eigen lesmateriaal aan het platform toevoegen. Er zijn inmiddels methodes voor Nask, aardrijkskunde, geschiedenis, economie, biologie en verzorging.

    "De eerste reacties van docenten én schoolmanagers op de nieuwe digitale omgeving zijn veelbelovend. De herkenbare opzet, het gebruiksgemak en de flexibiliteit worden als pluspunten ervaren", aldus Bruinenberg.

    De toegang tot de nieuwe proeftuin is gratis. Docenten hoeven slechts een inlogcode aan te vragen bij Malmberg.

  • Brief aan Tweede Kamer over gratis schoolboeken

    oktober 2009

    Op 10 mei 2007 schreef de VO-raad een brief over het aanbieden van gratis schoolboeken aan de Tweede Kamer. De Kamer wilde dit plan op korte termijn realiseren, desnoods alleen voor brugklassers. De VO-raad waarschuwde voor de gevolgen van deze overhaaste invoering.

    De VO-raad staat positief tegenover het voorstel gratis schoolboeken in te voeren, mits rekening wordt gehouden met bepaalde voorwaarden. Zo is het belangrijk dat er voldoende middelen beschikbaar komen, de maatregel mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van de leermiddelen of leiden tot administratieve rompslomp, scholen moeten vrij zijn in de wijze van organiseren en prijsstijgingen moeten worden gecompenseerd.

    Zorgvuldige manier
    Minister Plasterk heeft aangegeven dat de maatregel om organisatorische en financiële redenen per 1 augustus 2008 in mocht gaan. De raad adviseerde met klem niet over te gaan tot een gefaseerde invoering. Dit om grote onrust en rechtsongelijkheid onder ouders weg te nemen. Het advies luidde dan ook om het invoeren van gratis boeken op een zorgvuldige manier én voor alle leerlingen op hetzelfde moment te realiseren.

    Borg betalen
    Inmiddels is het plan vanaf het schooljaar 2009 -2010 in werking gesteld. De school bepaalt en betaalt nu de boeken en stelt deze gratis ter beschikking aan leerlingen. De invoering van de gratis boeken verloopt echter nog niet zonder problemen. Scholen interpreteren de regeling op hun eigen manier en laten ouders borg betalen voor de boeken. Is dit wel of niet toegestaan? De staatssecretaris heeft naar aanleiding van Kamervragen het standpunt van de VO-raad bevestigd en het verlossende antwoord gegeven: ja, het is toegestaan om borg te vragen.

    De brief aan de Tweede Kamer kunt u hier lezen.

  • Nieuw onderzoeksinstrument bepaalt houding docenten ten opzichte van leermiddelen

    oktober 2009

    In opdracht van het Programma Leermiddelenbeleid van de VO-raad heeft Onderzoeksbureau Motivaction onderzoek gedaan naar de houding van een docent in het VO ten opzichte van leermateriaal. Dat heeft geleid tot vier typeringen. Uit het onderzoek onder 826 docenten blijkt dat niet de traditionele indeling op basis van leeftijd, sekse, vak, schoolsoort, schoolgrootte of denominatie de keuze van docenten bepaalt maar hun houding ten opzichte van leermateriaal. Dit is belangrijk nieuws voor docenten en schoolleiding die bij hun leermiddelenbeleid te maken hebben met deze verschillen tussen docenten. Het onderzoek vormt de basis van het online beschikbare instrument waarmee docenten hun eigen houding kunnen onderzoeken.

    Vier segmenten
    Tevreden Coaches, Gedegen Vakvrouwen en -mannen, Eigenzinnige Arrangeurs en Kritische Idealisten zijn de vier typeringen die de houding - de "Leermiddelmentality" - ten opzichte van leermateriaal aangeven. Docenten uit de groep ‘Tevreden Coaches' (18% van de totale doelgroep) gaan vrij om met leermiddelen, zij zijn vooral op zoek naar materiaal dat ‘werkt' voor hun leerlingen, dat kan de ene keer een methode en de andere keer zelf samengesteld materiaal zijn. Docenten uit de groep ‘Gedegen Vakvrouw of -man' (34%) zijn meer gericht op methoden die structuur, gemak en een leerlijn bieden. De groep ‘Eigenzinnige Arrangeurs' (37%) daarentegen wil naast de methoden dikwijls ook door henzelf samengesteld en ontwikkeld materiaal gebruiken. Zij hechten een relatief groot belang aan flexibiliteit; open leermateriaal helpt hen daarbij. De Kritische Idealisten (11%) tenslotte willen vooral het beste van het beste voor hun leerlingen maar missen daarbij ondersteuning.

    Resultaten
    Wat opvalt is dat 81% de kwaliteit van het leermiddel een basisvoorwaarde voor goed onderwijs vindt. Bijna 70% wil dat zijn school leermiddelenbeleid ontwikkelt. Tweederde van de docenten geeft aan behoefte te hebben aan scholing om leermateriaal flexibel toe te passen. Meer dan driekwart (79%) vindt een samenwerking tussen scholen en uitgevers essentieel voor goed leermateriaal. Wat verder opvalt is dat 71 % alleen het door hen zelf ontwikkelde materiaal wil delen als ze zeker zijn van de kwaliteit daarvan. De helft van de docenten wil dat leerlingen over een eigen laptop beschikken en is van mening dat hun lessen beter worden door ict. En 91% vindt dat een leermiddel de leerling nieuwsgierig moet maken.

    Eigentijds onderwijs
    Joost Kentson, voorzitter Lerarenkamer vindt alles erop wijzen dat: "de beroepsgroep zich in een rap tempo aan het ontwikkelen is in de richting van verdere professionalisering en eigentijds onderwijs. Daarbij wordt de vakkennis niet verwaarloosd." Kentson wijst er ook op dat de randvoorwaarden goed moeten worden ingevuld: "docenten wel voldoende ontwikkeltijd en middelen krijgen, zoals pc's."

    Flexibele oplossingen
    Stephan de Valk van de GEU (Brancheorganisatie Educatieve Uitgeverijen) en uitgeefdirecteur van Noordhoff Uitgevers neemt het signaal dat er meer flexibele oplossingen moeten komen graag ter harte: "Een meerderheid van de docenten kent een belangrijke rol toe aan leermethoden en is daar heel tevreden over. Daarentegen is er ook een percentage niet tevreden over de flexibiliteit van het leermateriaal van educatieve uitgeverijen. Wij zullen dit signaal als uitgeverijen oppakken en verder gaan op de weg naar meer flexibele oplossingen."

    U kunt het rapport hier downloaden.
    De LeermiddelMentality test is ook online beschikbaar. 

     

  • Twee nieuwe infobladen over leermiddelenbeleid

    september 2009

    De redactie van Programma Leermiddelenbeleid, een project van de VO-raad, heeft 15 infobladen uitgebracht over leermiddelenbeleid voor docenten en schoolleiding. Hier zijn infobladen 16 en 17 aan toegevoegd: ‘Wat willen we hebben' en ‘Massa en maatwerk, op zoek naar de optimale verhouding per vak, per leerjaar'. De informatiebladen kenmerken zich door compacte, feitelijke en op de praktijk toegesneden informatie, waar mogelijk visueel gepresenteerd. De onderwerpen bestrijken thema's als projectplan, arrangeren, zelf ontwikkelen, mixed media, schooleconomie en auteursrecht. De infobladen zijn hier één voor één in pdf-vorm te downloaden. U kunt de eerste 17 infobladen ook in één pdf-document downloaden. Het model beleidsplan is ook in een invulbare Word-versie beschikbaar. 
     

  • Programmaplan Wikiwijs opgeleverd; start proeffase in december

    september 2009

    Het programmaplan van Wikiwijs is onlangs opgeleverd aan het Ministerie van Onderwijs. Wikiwijs is een initiatief waarbij faciliteiten worden geleverd om het vinden, (door)ontwikkelen en gebruiken van open digitale leermiddelen in het onderwijs te stimuleren én te vergemakkelijken.

    Minister Plasterk heeft Wikiwijs op 3 december 2008 geïnitieerd. Het ministerie van OCW heeft de Open Universiteit en Kennisnetgevraagd Wikiwijs te realiseren.

    Voor en door docenten
    Het open platform kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs. De open leermiddelen die deel uitmaken van Wikiwijs zijn namelijk niet alleen vrij beschikbaar en toegankelijk, maar ook door docenten zelf te arrangeren en aan te dragen.

    Programmaplan
    In augustus van dit jaar is het bijbehorende programmaplan opgeleverd aan het Ministerie van Onderwijs. Het plan is digitaal beschikbaar op de site van Wikiwijs.

    Het programmaplan gaat inhoudelijk in op vijf componenten:

    Ontsluiten (een adequate technische infrastructuur);
    Content (toereikend aanbod van leermateriaal); Community’s (enthousiaste docenten die voldoende mogelijkheden ervaren om zich met elkaar te verbinden); Professionalisering (professionele gebruikers die de kennis en kunde hebben om goed om te kunnen gaan met het ontwikkelen, arrangeren en/of gebruiken van open, digitaal leermateriaal) en Onderzoek (onderbouwde inzichten in de behaalde effecten van Wikiwijs).

    Half december start de proeffase van Wikiwijs met de publicatie van de eerste versie. Meer informatie over Wikiwijs: http://openserviceblog.wordpress.com/


  • Breng zélf nieuwe leermiddelen onder de aandacht!

    september 2009

    Op dinsdag 10 november gaan Dé Onderwijsdagen 2009 van start. Eén van de vijf thema's die daar aan bod komen handelt over het slim toepassen van nieuwe leermiddelen. Het leuke is dat u als onderwijsinstelling op deze dagen zélf aandacht kunt schenken aan dat thema.

    Dé Onderwijsdagen 2009 is een nieuwe, tweedaagse conferentie over (ICT-) innovaties op onderwijsgebied. Deze staat in het teken van 'Samen Slim Leren'.

    Maar wat houdt het thema 'Slim toepassen van nieuwe leermiddelen' eigenlijk in? Op de website van Dé Onderwijsdagen 2009 valt te lezen:

    "Voor zowel de docent als de student wordt de leeromgeving alsmaar rijker. De traditionele schoolborden en boeken worden steeds vaker vervangen door innovatieve middelen. Wat zijn de mogelijkheden voor het onderwijs anno 2009? Welke voordelen bieden deze mogelijkheden en vooral: Wat kunt ù ermee?"

    Win een presentatie
    Wie op die vragen een antwoord heeft óf daar over van gedachten wil wisselen met een groot publiek moet even opletten: SURF en Kennisnet - de organisatoren van de conferentie - bieden onderwijsinstellingen namelijk de mogelijkheid een presentatie te geven aan de bezoekers van Dé Onderwijsdagen 2009. Daarin kunnen zij zelf interessante trends, projecten of praktijkvoorbeelden op het gebied van (ICT-)innovaties in het onderwijs presenteren.

    Thema's
    De presentaties moeten aansluiten op één van de vijf thema's van Dé Onderwijsdagen 2009. Naast het al eerder genoemde 'Slim toepassen van nieuwe leermiddelen' zijn dat: 'Organiseren van onderwijs', 'Samen leren en doceren', 'Verstandig verbinden' en 'Het afstemmen van vraag en aanbod'.

    Aanmelding & selectie
    Opgeven kan tot 13 september 2009. De voorselectie van presentatievoorstellen wordt op 16 september op de website van Dé Onderwijsdagen 2009 gepubliceerd. Het publiek kan dan tot 27 september stemmen welke voorstellen een plaats in het programma krijgen.

    Meer informatie en aanvraagformulieren zijn beschikbaar op www.deonderwijsdagen.nl .

  • Publicatie: 'Van ontzorgen naar zorgen'

    juli 2009

    De website van het Ontwikkelcentrum biedt een nieuwe publicatie aan met de titel 'Van ontzorgen naar zorgen'. Deze haakt in op het thema 'gratis schoolboeken' en handelt over leermiddelen, de relatie met ICT en de rol van de docent.

    Naast aandacht voor leermiddelen komen ook de makers van de leermiddelen en de markt van leermiddelen aan bod. De nieuwe uitgave is gebaseerd op de ervaring die het Ontwikkelcentrum de afgelopen zestien jaar heeft opgedaan met ondermeer het beschikbaar stellen van educatieve content. De brochure biedt een samenvatting van die opgedane kennis en ervaringen.

    'Van ontzorgen naar zorgen' is onderdeel van de Ontwikkelreeks. Daarin geven medewerkers van het Ontwikkelcentrum en specialisten uit het vakgebied hun visie op de ontwikkeling en het gebruik van leermiddelen. U kunt de publicatie gratis downloaden van de website van het Ontwikkelcentrum of via de link hieronder.

    Download 'Van ontzorgen naar zorgen ' (PDF)


  • Presentatie: welk device wordt er gekozen?

    december 2011

    Welk device wordt er gekozen op school? In deze presentatie vergelijkt Theo Poot (docent ONC) een aantal devices op 8 categorieën. Onder andere de laptop, noptebook, MacBook Air, iPad en de tablet komen aan de orde. http://slidesha.re/t8cdJ7

  • Draagvlak voor innovaties

    december 2011

    Hoe krijg je draagvlak in de school wanneer er een verandering wordt doorgevoerd? Lees in de Linkedingroep hoe scholen die deelnemen aan het project leermiddelenbeleid deze uitdaging aanpakken op hun school. http://linkd.in/uEl4XQ.

  • Sleutelrol leraar bij inzet digitale leermiddelen

    Onderzoeksresultaten wijzen overtuigend op een duidelijke relatie tussen de opbrengsten van ict en de mate waarin de leraar toegerust is ict te integreren in het lesgeven. Dat stelt de jaarlijkse Kennisnet-onderzoeksmonitor Vier-in-Balans die half juni is verschenen.
    Een leraar die ict op de juiste manier kan inzetten, kan ervoor zorgen dat de kwaliteit en het rendement van het onderwijs verbetert. Maar dezelfde ict-toepassing kan bij verkeerd gebruik geen of zelfs negatieve gevolgen hebben op de leerprestaties van leerlingen en de kwaliteit van het onderwijs. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer leerlingen te weinig tijd kunnen besteden aan het werken met een computerprogramma, of individueel met een computerprogramma werken dat bedoeld is om in tweetallen mee te werken. “Net zoals een krijtbord of een leerboek op zichzelf weinig bijdraagt aan beter onderwijs, zullen ook ict-hulpmiddelen op professionele wijze door de docent geïntegreerd moeten worden in de les.” Het gehele rapport is hier te downloaden. (TE/230608)

  • Tevreden leraren door 'slimmer werken'

    Een slimmere manier van werken verhoogt het werkplezier, verlaagt de werkdruk en stimuleert de persoonlijke ontwikkeling van leraren. Het werk wordt namelijk intellectueel uitdagender. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Slimmer werken, over de betekenis van slimmer werken voor het primair en voortgezet onderwijs’ van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO). Voor de schoolorganisatie ligt de grootste opbrengst in verbetering van de onderwijskwaliteit en het onderwijsaanbod en een efficiënte personele inzet.
    In het onderzoeksrapport beschrijft SBO zeven vormen van slimmer werken op zeven verschillende scholen. Het gaat onder andere over de inzet van ict en serious gaming.
    Voorwaarde voor slimmer werken is dat de opbrengsten van de leerlingen qua kennis, vaardigheden en houding op niveau blijven of toenemen. Ook moeten de resultaten voor de organisatie en het personeel duurzaam zijn. (TE/261108)

  • Samenwerkingsverband Open Leermiddelenbank

    Het Innovatieplatform-VO nodigt scholen uit om mee te werken aan het samenwerkingsverband Open Leermiddelenbank. De Open Leermiddelenbank wil initiatieven met digitale leermiddelen toegankelijk maken voor het hele Nederlandse onderwijs.
    Behalve dat het gebruik van digitaal leermateriaal kosten bespaart, is digitaal leermateriaal nodig voor effectief gebruik van ict in het onderwijs. Digitaal leermateriaal is een krachtig middel om te komen van ‘passief naar actief' en van ‘consumptief naar productief' leergedrag. Docenten kunnen hiermee meer eigen keuzes maken in de leerstof en krijgen veel meer mogelijkheden om aan te sluiten bij individuele behoeften en wensen van leerlingen.
    De realisatie van een open leermiddelenbank is een actie van het Innovatieplatform-VO dat op 18 september 2008 is opgericht op initiatief van de VO-raad. Dit platform ondersteunt scholen om het onderwijs eigentijdser en aantrekkelijker te maken voor zowel leerlingen als docenten door de innovatieve inzet van ict. Ook kan het platform volgens de VO-raad een enorme impuls geven aan het ontwikkelen van digitaal lesmateriaal
    Deelnemers zijn scholen in het voortgezet onderwijs uit het hele land, het ministerie van Onderwijs, de TU Delft, het Innovatieplatform, Kennisnet, de educatieve uitgeverijen, CapGemini, IBM en Cisco Systems. (TE/261108)

  • Nieuwe subsidieregeling voor leermiddelenbeleid

    Scholen kunnen vanaf nu subsidie aanvragen voor een project Leermiddelenbeleid. Doelstelling van het Programma Leermiddelenbeleid is het stimuleren en realiseren van goede voorbeelden van integraal leermiddelenbeleid voor en door scholen. Verder worden voor de deelnemers workshops en presentaties georganiseerd en ontvangen zij praktische informatie. Het Programma start in december 2008. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst en moeten uiterlijk 1 februari 2009 zijn ingediend. De regeling wordt gefinancierd door het ministerie van OCW en de bestuurlijke verantwoordelijkheid ligt bij de VO-raad. Zie voor een toelichting op het Programma Leermiddelenbeleid, het aanvraagformulieren en een overzicht van veel gestelde vragen http://www.vo-raad.nl/projecten/leermiddelenbeleid. Nadere informatie is verkrijgbaar bij projectleider Vera Simon Thomas. (TE/101208)

  • Convenant schoolboeken geeft scholen rust en ruimte

    In het belang van de scholen, de leerlingen en de marktpartijen heeft het ministerie van OCW samen met partijen die betrokken zijn bij de invoering van de gratis schoolboeken een convenant gesloten. Het convenant heeft als doel een verantwoorde invoering van de wet gratis schoolboeken te vervolgen.
    In het convenant spreken de partijen af dat iedereen streeft naar deugdelijke aanbestedingsprocedures en niet naar de rechter te stappen als het een school vooralsnog niet lukt om voor het volgend schooljaar al een aanbestedingsprocedure te hebben afgerond. Besturenorganisaties zeggen toe alles te doen wat binnen hun mogelijkheden ligt om ervoor te zorgen dat voor de inkoop van schoolboeken met goede bestekken gewerkt wordt. OCW zegt toe het leerproces van scholen en hun inkoopadviseurs te blijven ondersteunen, onder meer door de Taskforce Gratis Schoolboeken. Hiermee gunnen de betrokken partijen elkaar de ruimte om ervaring op te doen met het Europees aanbesteden van leermiddelen en van deze ervaringen te leren.
    Zie hier de brief van staatssecretaris Van Bijsterveldt aan de Tweede Kamer over het convenant, en hier de tekst van het convenant plus een toelichting van de VO-raad op wat het convenant betekent voor de scholen. (TE/101208)

  • Onderwijsminister Plasterk lanceert Wikiwijs

    Wikiwijs: lesmateriaal voor alle onderwijsniveaus, voor iedereen online beschikbaar, vrijwillig gemaakt en permanent verbeterd door leraren die dat willen in een wikipedia-achtige omgeving. Minister Plasterk lanceerde Wikiwijs tijdens ‘Boven het maaiveld’, een conferentie georganiseerd door het Innovatieplatform. Wat heeft de minister daar nu precies over gezegd: lees hier de toespraak waarin hij Wikiwijs aankondigde. (TE/101208)

  • Schoolboeken deadline 1 januari

    Scholen die de overeenkomst voor schoolboeken willen voortzetten, moeten dat voor 1 januari 2009 laten weten aan de huidige leverancier. Scholen lopen geen risico op een juridische procedures als het niet lukt om de aanbesteding van schoolboeken voor volgend schooljaar af te ronden. Het ministerie, besturenorganisaties en de boekverkopersbond sloten op 3 december het convenant ‘Europees aanbesteden en de educatieve boekenmarkt’. Daardoor kunnen scholen hun bestaande contract uitdienen of meer tijd nemen om de aanbesteding voor te bereiden. (TE/171208)

  • “Gratis schoolboeken leidt niet tot beter onderwijs”

    Driekwart van de schoolmanagers gelooft niet dat ‘gratis schoolboeken' leidt tot beter onderwijs. Dat blijkt uit onderzoek van DUO MarketResearch  in opdracht van de Groep Educatieve Uitgevers (GEU).
    Daarbij werden 1.000 docenten en 200 schoolmanagers ondervraagd. De meerderheid twijfelt aan het positieve effect van de wet op de kwaliteit. Ruim de helft meent dat door de wet langer dan goed is met één methode blijft worden gewerkt.  Driekwart van de schoolmanagers denkt dat de wet níet leidt tot meer vrijheid in het voeren van een eigen leermiddelenbeleid. 47% van de directieleden en 40% van de docenten veronderstelt dat marktwerking níet leidt tot prijsdaling. Iets meer dan tweederde van managers én docenten concludeert dan ook dat de school niet uitkomt met 316 euro per leerling.
    “Het onderzoek heeft toch iets weg van een belangenvereniging van slagerijen die klaagt dat hun vlees aan de dure kant is.” Zo reageerde staatssecretaris van onderwijs Van Bijsterveldt op Tweede Kamervragen over het GEU-onderzoek. Het onderzoek is hier te downloaden. (TE/210109)

  • Open Leermiddelenbank op NOT

    Bezoekers van de NOT kunnen op 30 januari van 10:30 tot 12:30 uur deelnemen aan een sessie over de Open Leermiddelenbank. Dat is één van de activiteiten van het Innovatieplatform-VO. Het doel is dat docenten efficiënt met digitaal leermateriaal kunnen werken. Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad, vertelt over de stappen die al zijn gezet en de plannen om de digitale leermiddelenbank tot een succes te maken. Ook worden verschillende gebruiksmodellen besproken voor de implementatie in school: geen revolutie, wel efficiency en kwaliteit. Een aantal sprekers laat de kansen zien voor verbetering van digitaal onderwijs en de aandachtspunten bij het realiseren. Tot slot laat een school zien hoe digitaal onderwijs in de praktijk kan gaan. De ervaringen van de gebruikers (leerlingen en docenten) komen aan bod. Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij PeterLucas@vo-raad.nl. (TE/210109)

  • “Gratis schoolboeken leidt niet tot meer zelf ontwikkelen.” Of toch wel?

    De meeste docenten (58%) worden niet door de schoolleiding gestimuleerd om zelf leermaterialen te ontwikkelen of bestaande leermiddelen te arrangeren vanwege de wet ‘gratis schoolboeken’. De schoolleiding zou dit ook niet overwegen te doen. Dat blijkt uit onderzoek door DUO MarketResearch in opdracht van de Groep Educatieve Uitgeverijen (GEU).
    Een vijfde (20%) van de docenten wordt wel gestimuleerd om zelf te ontwikkelen of te arrangeren en bij 23% van de docenten overweegt de schoolleiding om dit te doen.
    Desgevraagd zegt tweevijfde (39%) van de directieleden docenten te stimuleren zelf te ontwikkelen, een derde (29%) stimuleert docenten om te arrangeren. Een kwart (25%) overwéégt het zelf ontwikkelen te stimuleren en 15% overweegt het arrangeren te gaan stimuleren.
    Eenvijfde (20%) van de schoolmanagers stimuleert het zelf ontwikkelen of arrangeren niét en overweegt dat ook niet.
    Toch noemt de helft (49%) van de directieleden (en een derde - 32% - van de docenten) ‘zelf (meer) leermiddelen ontwikkelen’ als besparingsmaatregel die de school gaat nemen om met het bedrag van 316 euro per leerling uit te komen. De meest genoemde besparingsmaatregelen zijn ‘minder snel vervangen van de huidige leermiddelen’ (60% van de directieleden en 51% van de docenten) en ‘meer gratis (digitaal) materiaal gebruiken’ (51% resp. 32%). “Het zal wel zelf ontwikkelen worden (wat nu al tot protesten leidt) en meer digitaal materiaal gebruiken. Verder waarschijnlijk langer met de boeken doen”, aldus een schoolmanager. Andere maatregelen die vaak worden genoemd zijn: examenbundels niet meer verplicht stellen, werkboeken afschaffen/hergebruiken, antwoordboeken afschaffen, goedkopere lesmethodelesmethode aanschaffen en klassensets aanschaffen. (TE/220109)

  • VO-raad nog bezorgd over schoolboeken

    De VO-raad maakt zich grote zorgen over geluiden uit het onderwijsveld over de consequenties van de invoering van de wet gratis schoolboeken en vraagt daar bij het ministerie van OCW nadrukkelijk aandacht voor.
    De gevreesde juridisering blijft uit, getuige een aantal succesvolle gunningen. Het risico schoolboeken niet op tijd in huis te hebben, is daarmee afgewend. Door het Convenant Schoolboeken van 3 december 2008 is immers geregeld dat scholen in ieder geval voor het schooljaar 2009-2010 onder de oude voorwaarden bij de bestaande leverancier terecht kunnen.
    Maar naast dit succes hebben de scholen nog grote zorgen. Scholen, die moesten besluiten om hun bestaande contracten te houden, bijvoorbeeld omdat een aantal collectieve aanbestedingen stukliep, hebben financiële problemen. Deze scholen die flink boven de 316 euro per boekenpakket uitkomen, hoopten door aan te besteden scherpere prijzen te bedingen. Om kosten te besparen, is het schrappen in de boekenlijst voor hen nu nog de enige optie. (TE/220209)

  • Geen leermiddelenbeleid in scholen

    In het VO is er (bijna) geen sprake van leermiddelenbeleid. Op slechts enkele scholen zijn er richtlijnen voor het inzetten van leermiddelen. Over het algemeen bepalen leraren in overleg welke leermiddelen worden ingezet, maar vaak is het de leraar zelf die bepalend is. Leraren geven aan dat er weinig tijd en financiële ruimte is. Dat blijkt uit de Leermiddelenmonitor 08/09 van SLO. De publicatie kreeg als ondertitel ‘Arrangeren van leermiddelen: wie, wat hoe en waarom?'.
    Enkele andere constateringen uit de monitor: De meeste leraren maken gebruik van methoden, aangevuld met eigengemaakte of andere leermiddelen. De meeste leermiddelen zijn van papier, ook de niet-methodegebonden en zelfgemaakte leermiddelen. M&M, exacte vakken en talen gebruiken de methode het meest. Mannelijke docenten zijn meer methodegebonden dan hun vrouwelijke collega's. De bovenbouw vmbo gebruikt meer dan gemiddeld digitale leermiddelen. De leermiddelenmonitor is hier te downloaden. (TE/010209)

  • Leraar24 nieuwe online gereedschapskist

    Minister Plasterk heeft tijdens de NOT het officiële startsein gegeven voor www.Leraar24.nl, een nieuw online platform voor de verdere professionalisering van leraren. Leraren (po, vo en mbo) kunnen zich hier kosteloos en efficiënt online informeren over vraagstukken rondom het vak leraar.
    Leraar24 is een online gereedschapskist voor leraren, met praktische oplossingen en voorbeelden die zij direct in hun dagelijkse onderwijs kunnen toepassen. Elk thema is uitgewerkt in informatieve video's die worden aangevuld met verdiepende informatie in een dossier. Leraar24 wordt grotendeels gemaakt door leraren. Een onafhankelijke Lerarenraad bepaalt de thema's van het platform en leraren werken mee aan de productie van de inhoud.
    Leraar24 is een initiatief van Kennisnet, Ruud de Moor Centrum (Open Universiteit), SBL en Teleac/NOT. (TE/010209)

  • Vmbo'er heeft geen baat bij versimpelde taal

    Vmbo-leerlingen begrijpen de versimpelde teksten die ze veelal in leerboeken krijgen voorgeschoteld niet beter dan normale teksten. Het weglaten van koppelwoorden zoals 'omdat' en het opbreken in kortere zinnen werkt zelfs averechts. Dat concludeert Neerlandica Jentine Land in haar promotie-onderzoek aan de Universiteit Utrecht.
    Ook het toevoegen van fictieve personages aan teksten om die meer aan te laten spreken, zet volgens Land geen zoden aan de dijk. Zij stelt dat vmbo'ers baat hebben bij normale leerteksten die gewoon beschrijven wat er geleerd moet worden.
    Land deed al eerder in opdracht van de Stichting Lezen onderzoek naar tekstkenmerken die bijdragen aan de kwaliteit van studieboeken, in dit geval geschiedenismethoden voor het vmbo. Dat onderzoeksrapport is hier te downloaden. (TE/050209)

  • Scheidend GEU-secretaris: "Kwaliteitskeurmerk en maatwerkbureau"

    Henk van der Linden heeft na 7 jaar afscheid genomen als secretaris van de Groep Educatieve Uitgeverijen. In een interview met Boekblad Magazine geeft hij de branchevereniging nog twee adviezen mee: voer een keurmerk in voor leermiddelen en start een maatwerkbureau. "Er zou een keurmerk moeten komen dat de kwaliteit van leermiddelen zichtbaar maakt", aldus Van der Linden. "In een tijd waarin de overheid denkt dat een project als Wikiwijs vanzelf kwaliteit oplevert - wat niet het geval is -is dat nodig. Nu kun je alleen maar uitleggen dat een uitgeverij producten maakt gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Evidence-based heet dat. Je kunt het niet laten zien. De GEU kan dat organiseren door van een manier van werken een eis te maken en dat ieder jaar te toetsen."
    Ten tweede wil hij dat de GEU een maatwerkbureau opzet. "Omdat scholen nooit klant van uitgevers zijn geweest, is er nauwelijks contact. Nu scholen steeds meer maatwerk willen, is het belangrijk dat uitgevers te weten komen wat van iedere school de onderwijskundige visie is, hoe zij werken met kinderen, hoe zij les willen geven, hoe ze zelf gemaakte leermiddelen willen combineren met die van uitgevers. Een maatwerkbureau kan de scholen daarbij helpen." Van der Linden wordt opgevolgd door Paul Schuitman.(TE/060209)

  • Rick Steur hoofdinspecteur vo/bve/ho

    Uiterlijk op 1 april 2009 treedt Rick Steur aan als hoofdinspecteur bij de Inspectie van het Onderwijs. Zijn portefeuille zal bestaan uit het voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie en hoger onderwijs. Hij versterkt het managementteam, dat verder bestaat uit Annette Roeters (inspecteur-generaal) en Leon Henkens (hoofdinspecteur primair onderwijs en expertisecentra).
    Steur is op dit moment voorzitter van het College van Bestuur van het Christelijk Voortgezet Onderwijs in Zuidwest Friesland. Van 1996 tot 2000 werkte hij als inspecteur voortgezet onderwijs bij de Inspectie van het Onderwijs. Daarvoor was hij werkzaam bij de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, tot 1996 als afdelingsdirecteur sociale vakken.
    Tot de komst van Steur neemt Ans van Hooff de functie van hoofdinspecteur waar. (TE/090209)

  • Besturen steken veel geld in schoolgebouwen

    Scholen in het voortgezet onderwijs steken relatief veel geld in hun eigen gebouwen, terwijl dat eigenlijk de taak is van de gemeenten. De onderwijsinspectie meldt in haar rapport over de vermogenspositie van onderwijsbesturen dat er aanwijzingen zijn dat onderwijsgeld bedoeld voor de personele en materiële exploitatie, besteed is aan gebouwen. Van het eigen vermogen van 1,6 miljard euro ligt 1,2 miljard vast als financiering van materiële vaste activa. Het gaat daarbij om zaken als de inrichting van de school (inventaris zoals schoolborden, meubels, etc.), apparatuur (computers, lesmethoden en leermiddelen voor bijvoorbeeld technisch, nautisch en grafisch onderwijs) en investeringen in gebouwen. Naast inventaris, apparatuur e.d. ter waarde van 660 miljoen euro ligt ruim een derde van het eigen vermogen (ongeveer 560 miljoen) vast in gebouwen en terreinen. Deze tendens kan volgens de inspectie leiden tot verdringing en uitstel van de noodzakelijke vervanging van inventaris en apparatuur. Toch zijn er geen aanwijzingen dat er in de sector voortgezet onderwijs als geheel geld ‘op de plank’ ligt dat niet aan het onderwijs wordt besteed. (TE/090209)

  • Onderwijsraad: Haal maatschappij de klas in

    In het rapport De Stand van Educatief Nederland 2009 geeft de Onderwijsraad een uitvoerige beschrijving van de onderwijsontwikkelingen en het onderwijsbeleid in de afgelopen vier jaar. Rode draad in de aanbevelingen van de Onderwijsraad is een pleidooi voor een grotere betrokkenheid van de samenleving bij het onderwijs. Daarbij gaat het de raad om actieve betrokkenheid. Het moet mogelijk worden dat buitenstaanders voor de klas komen te staan.
    De raad stelt voor dat het debat over de inhouden van het onderwijs veel breder gevoerd wordt. Daarbij zouden docenten, vakgenoten, de branche, betrokken burgers, ouders en jongeren zelf een rol moeten krijgen. Daarnaast meent de Onderwijsraad dat het onderwijs de inbreng van maatschappelijke voorhoedes uit bedrijfsleven, politiek, sport en cultuur beter kan benutten.
    Tenslotte vindt de raad dat de huidige 1040 uren slechts een startpunt voor het onderwijs mogen zijn. Buiten deze tijden vindt veel meer onderwijs en leren plaats. De raad introduceert hiervoor het concept Uitgebreid Onderwijs (UO). Dit concept maakt afwegingen tussen bijvoorbeeld bekostiging van verschillende vormen van UO mogelijk. (TE/100209)

  • Open Leermaterialenbank werkt onder Creative Commons licentie

    De open landelijke leermaterialenbank, die wordt ontwikkeld door het Innovatieplatform Voortgezet Onderwijs, gaat werken onder een Creative Commons licentie. Die licentie luidt:
    “Aanbieders van leermateriaal in de Open Leermaterialenbank dragen er zorg voor dat anderen het gedigitaliseerde leermateriaal op niet-commerciële basis mogen gebruiken en bewerken, maar wel onder de juiste naamsvermelding. Ook vinden aanbieders het belangrijk dat doorontwikkeld materiaal vice versa ook weer zonder winstoogmerk beschikbaar wordt gesteld voor gebruik en bewerking door anderen.”
    De open leermaterialenbank is een verzameling van databanken van verschillende aanbieders. Het Innovatieplatform vindt dat met name aanbieders die producten hebben gemaakt met subsidiegeld thuishoren in de bank. Met behulp van een zoekmachine kunnen de databestanden van die aanbieders doorzocht worden.
    Het Innovatieplatform wil dat alle vo-scholen lid worden van het samenwerkingsverband en tegen betaling van een kleine contributie voor onderhoud, actualisatie en beheer van de leermaterialenbank gebruik van kunnen maken.
    Het platform praat met de overheid over een startfinanciering. Als de leermaterialenbank kerndoeldekkend en eindtermendekkend is, is het de bedoeling dat de scholen de bank zelf financieren uit het leermiddelenbudget.
    Gedacht wordt aan een bedrag van 10 euro per leerling vanaf 2011 (vanaf dat moment moet het leermateriaal kerndoeldekkend voor de onderbouw zijn) en 20 euro per leerling vanaf 2012 (op dat moment zou het leermateriaal ook eindtermendekkend voor de bovenbouw moeten zijn). Bij dit bedrag is het uitgangspunt dat nagenoeg alle vo-scholen deelnemen. Op dit moment hebben 130 van de 700 vo-scholen zich aangemeld als lid. (TE/180209)

  • ED*IT: nieuw platform voor het onderwijs

    Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, een van de makers van Teleblik, zoekt ‘testpiloten’ voor een nieuw online platform voor het onderwijs: ED*IT.
    Tijdens de Nationale Onderwijs Tentoonstelling konden docenten voor het eerst kennismaken met het platform, waaraan meer dan tien (erfgoed)instellingen deelnemen. ED*IT ontsluit video’s, foto’s en achtergrondartikelen uit de collecties van archieven en musea. Docenten en leerlingen kunnen geschreven bronnen, filmpjes, televisieprogramma’s en foto’s online bekijken en gebruiken in werkstukken, tijdlijnen, presentaties en digitale lessen. Ook kunnen ze eigen content toevoegen. De gemaakte lessen kunnen gedeeld worden met andere docenten.
    Vanaf 1 september 2009 is ED*IT beschikbaar voor alle scholen. Maar al vanaf mei kunnen docenten werken met de ED*IT bèta-versie, waarmee zij de mogelijkheden van het platform kunnen uitproberen en waar nodig helpen verbeteren. Voor meer informatie en om zich vrijblijvend aan te melden voor de bèta-versie kunnen geïnteresseerden terecht op de speciale website. (TE/180209)

  • Nieuwe afspraken over sponsoring

    Staatssecretaris Dijksma van Onderwijs heeft met 14 partijen uit het onderwijs en bedrijfsleven het 'Convenant Sponsoring' ondertekend. Met dit convenant binden bedrijven en scholen in het primair en voortgezet onderwijs zich aan heldere gedragsregels bij het afsluiten van sponsorcontracten, bijvoorbeeld ten aanzien van leermateriaal.
    Het gaat om een aanscherping van eerder gemaakte afspraken over sponsoring in het onderwijs. Belangrijkste nieuwe afspraak is meer betrokkenheid van ouders, leraren en leerlingen via de medezeggenschapsraad bij de beslissing om een sponsorcontract af te sluiten. De Inspectie van het Onderwijs zal scherp toezien op de naleving van de wetgeving op dit punt. Ook spraken de partijen af dat zij zullen bevorderen dat nieuwe sponsorcontracten een gezonde levensstijl van leerlingen mogelijk en aantrekkelijk moeten maken.
    De belangrijkste spelregels voor sponsoring zijn verder dat bedrijven vanuit een maatschappelijke betrokkenheid samenwerken met scholen. Deze samenwerking mag geen nadelige invloed hebben op de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van kinderen. Bovendien mogen de kernactiviteiten van scholen niet afhankelijk worden van sponsoring. (TE/020309)

  • Goede aansluiting taal- en rekenmethodes bij referentieniveaus

    SLO heeft een inventarisatie gemaakt van de leerstof in taal- en rekenmethodes voor po, vo en mbo. Centrale vraag was in hoeverre lesmethodes aansluiten bij de referentieniveaus voor taal- en rekenen. Het onderzoek is uitgevoerd door Tiddo Ekens (taal) en Reinoud Jager (rekenen). Belangrijkste conclusie is dat de huidige lesmethodes over het algemeen goed aansluiten bij de referentieniveaus van de Expertgroep.
    Ten aanzien van de aansluiting tussen po - vo en vo - mbo zien de onderzoekers veel overeenkomsten, maar ook verschillen in de manier waarop die leerstof wordt aangeboden. Zo zit er bij po weinig tot geen expliciete theorie in een les, en in het vo veel. Voor po en mbo zijn er deelvaardigheidsmethodes, voor het vo bijna niet.
    Bij de taalmethoden viel op dat het  taalaanbod in de methodes voor groep 7 en 8 op een hoger niveau lijkt te liggen dan voor vmbo-1 en 2. Verder is de aandacht voor fictionele teksten in de onderbouw van het vo onevenredig groot, terwijl het po en mbo hier juist onevenredig weinig aandacht aan besteden. Opvallend is dat het leerstofaanbod in de methodes altijd te veel is voor het beschikbare aantal uren. Ook is geconstateerd dat de basisvaardigheden lezen en taalbeschouwing/taalverzorging beduidend meer aandacht krijgen dan de basisvaardigheden spreken en schrijven.
    De vo-rekenmethoden bieden geen mogelijkheden om rekenachterstanden in te halen. Daarom is het belangrijk dat de vo-scholen inzicht krijgen in de rekenvaardigheden van instromende leerlingen en analyseren wat de oorzaak van de achterstand zou kunnen zijn. Het resultaat van het onderzoek is te vinden op het Leermiddelenplein. (TE/020309)

  • “Inspectie moet niet strikt vasthouden aan toetsen”

    De Onderwijsinspectie geeft radicaal vernieuwende scholen, zoals de Iederwijsscholen, voldoende ruimte om zich te verantwoorden zonder dat afbreuk gedaan wordt aan hun uitgangspunten. Dit stelt de Nationale ombudsman in een rapport naar aanleiding van klachten. Wel meent de ombudsman dat de Onderwijsinspectie niet te veel moet vasthouden aan de reguliere toetsingsvormen.
    Radicaal vernieuwende scholen, zoals de Iederwijsscholen, zijn opgericht vanuit een bepaalde overtuiging, bijvoorbeeld een filosofische. Het zijn particuliere scholen die geen subsidie krijgen van de overheid. De minister van OCW stelt eisen aan gesubsidieerde én vernieuwende scholen over de inrichting van hun onderwijs.
    De manier waarop de Onderwijsinspectie aan de vernieuwende scholen vraagt zich te verantwoorden, zorgt er niet voor dat daarbij hun uitgangspunten in de knel komen. Maar de verantwoording over de leerresultaten van de leerlingen kan wel een probleem zijn. Het afnemen van toetsen gaat niet samen met de uitgangspunten van deze scholen. Gevolg hiervan is dat het verantwoorden van leerresultaten lastig is. Als de Onderwijsinspectie te veel zou vasthouden aan reguliere toetsingsvormen van leerresultaten, zoals met de Cito-toets, kunnen hier mogelijk spanningen ontstaan met de onderwijsvrijheid van de vernieuwers, meent de ombudsman.   
    Daarnaast vindt de ombudsman dat het eerste bezoek dat de Onderwijsinspectie aan nieuw opgerichte scholen brengt geen inspectie zou moeten zijn maar oriënterend van aard. Startende vernieuwers moeten door een oriënterend gesprek een eerlijke kans krijgen zich te bewijzen als school. (TE/030309)

  • Educatieve cd-roms en dvd’s worden goedkoper

    Voor educatieve cd-roms en dvd’s gaat het btw-tarief van 19% naar 6%. De Europese ministers van Financiën sloten deze week in Brussel een akkoord hierover. Op verzoek van Nederland en Zweden vallen straks ook interactieve leermiddelen, zoals cd-roms, onder het lage btw-tarief. Het akkoord moet volgende week worden beklonken tijdens een EU-top in Brussel en vervolgens nader uitgewerkt. De ingangsdatum wordt waarschijnlijk 1 januari 2011. (TE/130309)

  • Scholieren met Cultuurkaart vooral naar theater

    Middelbare scholieren besteden het tegoed van hun Cultuurkaart vooral bij theaters. Van het miljoen euro dat sinds november 2008 met de kaart is uitgegeven, ging 28% naar theaters. Andere culturele bestedingen, zoals aan bioscopen en musea, bleven met respectievelijk 12,5 en 8% beduidend achter.
    Zo'n 940.000 scholieren hebben in november een Cultuurkaart gekregen met een tegoed van 15 euro. Leerlingen die het vak CKV (culturele en kunstzinnige vorming) volgen, krijgen 10 euro extra. Het geld kunnen ze besteden aan culturele activiteiten. De kaart verving de CKV-bonnen die CKV-leerlingen sinds 1999 kregen. De Cultuurkaart is niet alleen voor leerlingen met dat vak, maar ook voor alle andere middelbare scholieren.
    Voordeel van de nieuwe kaart is dat het de bestedingen van leerlingen inzichtelijker maakt. De oude bonnen golden als betaalmiddel en belandden in de kassa. Daardoor was er alleen aan het eind van het schooljaar een overzicht van de opbrengsten. De digitale Cultuurkaart geeft ook tussentijds een overzicht. Ook is nu bijvoorbeeld te zien welke voorstelling populair was onder gebruikers van de kaart.
    Daarnaast is de Cultuurkaart volgens het CJP praktischer. De bonnen raakten nog wel eens kwijt of verdwenen in een broekzak in de was. Op de kaart staat ook meteen een CJP-pas, waarmee jongeren korting krijgen bij culturele instellingen.
    De scholieren mogen het tegoed op de kaart niet naar eigen inzicht besteden. In de meeste gevallen bepaalt de docent waar het tegoed aan wordt uitgegeven. Het gaat dan om activiteiten met de hele klas. Slechts 15% van de leerlingen mag zelf beslissen. Volgens CJP waren theaters ook het meest in trek onder de leerlingen die de keuze zelf bepaalden. (TE/130309)

  • Lesmateriaal met ‘female touch’ op meiden-vmbo

    Het ROC van Twente, Pius X College en Scholingsboulevard Enschede bouwen aan een vmbo-opleidingstraject exclusief voor meisjes. De nieuwe opleiding gaat in het  schooljaar 2009-2010 van start in het 3e leerjaar van het vmbo. Lesstof, leermiddelen, lesmethoden, stijl van lesgeven, inrichting van de lokalen, docenten, en stages: alles krijgt een 'female touch'. "Techniek spreekt meisjes in de regel minder aan dan jongens. Daarom maken we een echte meidenschool, van en voor alleen maar meiden, waarin het helemaal draait om creativiteit, design, ontwerp en duurzaamheid”, zegt Thom Weterings, directeur van Technocentrum Twente, een van de initiatiefnemers.
    Het nieuwe opleidingstraject loopt vanaf 3 vmbo door tot en met het laatste jaar van het mbo. Daar sluit het af met een officiële diplomering. Het is een gecertificeerde opleiding, met een volwaardig curriculum en onderwijsaanbod. De nieuwe meisjesopleiding richt zich vooral op sectoren die meisjes aanspreken, zoals fijntechniek, installatietechniek, textiel, levensmiddelentechnologie, interieurarchitectuur.
    In de nieuwe opleiding is veel aandacht voor de manier waarop meisjes leren en met elkaar samenwerken. De totale leeromgeving wordt hierop aangepast. Er komen docenten die begrijpen hoe meisjes leren en werken. Aparte klaslokalen met een meisjes 'look & feel'. Lesstof, lesmethoden en lesmaterialen die meisjes aanspreken en inspireren. Veel aandacht voor groepsgericht werken, creatieve brainstorms en praktijk. (TE/130309)

  • Overheid bemoeit zich niet met inhoud lesmateriaal

    Lesmateriaal wordt in verband met de vrijheid van onderwijs niet van tevoren door het ministerie van OCW of een ander ministerie ingezien of beoordeeld. Dat heeft minister Bos van Financiën mede namens de staatssecretaris van Onderwijs de Tweede Kamer geschreven in antwoord op een klacht van GroenLinks-Kamerleden die een lesbrief van De Nederlandsche Bank (DNB) over de internationale financiële crisis onvolledig en eenzijdig vonden.
    Gelet op de grondwettelijke vrijheid van inrichting laat de overheid zich in principe niet in met de inhoud van lesmateriaal en neemt dus ook  geen verantwoordelijkheid voor de inhoud. Dat is in dit geval de verantwoordelijkheid van DNB, aldus Bos, die er op wijst dat DNB onafhankelijk is en al decennia educatie verzorgt voor scholieren. “Sinds jaar en dag worden door DNB verschillende materialen aan het onderwijs aangeboden. Financiële educatie staat daarbij voorop. De lesbrief over de kredietcrisis is dus geen unicum”, aldus Bos. “De lesbrief die nu door DNB is opgesteld is niet aan alle scholen aangeboden, maar kan besteld worden. De keuze hiervoor ligt dus heel duidelijk bij de scholen zelf. Dit laatste geldt overigens ook voor lesmateriaal dat scholen wel wordt toegezonden. Ook dan staat voorop dat scholen niet verplicht zijn om gebruik te maken van dit materiaal.”
    Wel zegt Bos dat het kabinet vindt dat in elk geval vanuit de rijksoverheid terughoudendheid moet worden betracht bij het aanbieden of financieren van lespakketten en dat het aanbieden van lespakketten alleen gebeurt in specifieke gevallen, bijvoorbeeld omdat scholen er om vragen of op verzoek van de Kamer.
    GroenLinks vond het vooral een omissie dat de lesbrief niks zei over het gebrekkige toezicht op banken in de periode voor de internationale kredietcrisis uitbrak. Volgens de partij heeft DNB steken laten vallen in het toezicht op banken. DNB had daar in de lesbrief eerlijk aandacht aan moeten besteden, aldus de Kamerleden. (TE/160309)

  • Onderwijs op maat bij leerlijn vmbo-mbo2

    Ruim 3200 scholieren starten in augustus 2009 met de gecombineerde leergang vmbo-mbo2. De leerlingen hoeven de fysieke overstap van het vmbo naar het mbo niet te maken. Zij blijven in hun vertrouwde omgeving les krijgen van hun eigen vertrouwde leraren en met één pedagogisch-didactische aanpak. De aanpak maakt onderdeel uit van een proef die vorig jaar is gestart in opdracht van het ministerie van OCW. Deze aanpak vergroot de kans dat leerlingen een startkwalificatie halen en verkleint de kans op voortijdig schooluitval.
    In de nieuwe leergang vmbo-mbo2 volgen leerlingen maximaal 4 jaar onderwijs vanaf de bovenbouw van de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo. Scholen mogen zélf vorm en inhoud geven aan de leergang. Scholen krijgen daarmee meer ruimte voor onderwijs op maat voor leerlingen die in het huidige systeem grote kans hebben om uit te vallen. Binnen het experiment is het vmbo-examen niet verplicht. Voorwaarde is wel dat er een terugvalgarantie moet zijn voor leerlingen als ze dreigen uit te vallen. (TE/160309)

  • 10 euro extra voor cultuur

    220.000 leerlingen die het vak CKV volgen in het VO krijgen van VSBfonds 10 euro om met cultuur kennis te maken. Het VSBfonds en OCW hebben een convenant gesloten, waarin in 2008 gemaakte afspraken worden bevestigd. De bijdrage van VSBfonds komt bovenop de 15 euro die iedere leerling voor ditzelfde doel krijgt van de rijksoverheid. Leerlingen die het vak CKV volgen kunnen met hun Cultuurkaart dus voor 25 euro besteden aan culturele activiteiten..
    Eerder werd bekend dat als gevolg van een reorganisatie VSBfonds de komende jaren alleen actief blijft in de sectoren Mens & Maatschappij en Kunst & Cultuur. Hiervoor is een jaarlijks donatiebudget van 26 miljoen euro beschikbaar. Het fonds stopt per 16 februari 2009 met het toekennen van donaties aan projecten op het terrein van Sport en Natuur & Milieu. (TE/160309)

  • Scholen moeten kwaliteitsaanpak verantwoorden

    Scholen krijgen voor de uitvoering van de Kwaliteitsagenda VO van OCW vier keer een bedrag van ongeveer 50 euro per leerling. In het jaarverslag moet de school verantwoording afleggen voor de gepleegde inspanningen, voortgang en resultaten.
    De school krijgt tot en met 2011 jaarlijks (oktober 2008 was de eerste keer, volgende betaling: juni 2009) een bedrag, kiest één of meer prioriteiten en stelt daarvoor, in overleg met de MR, verbeterdoelen op. In of bij het jaarverslag wordt vervolgens verantwoording afgelegd over de gepleegde inspanningen, voortgang en resultaten voor de gestelde verbeterdoelen. De enige verplichting hierbij is dat de school aandacht besteedt aan het verbeteren van de prestaties op het gebied van rekenen en taal.
    Het doel van de kwaliteitsagenda is om de kwaliteit van het VO te verbeteren. Daarvoor koos OCW zes prioriteiten: aantoonbare verbetering taal- en rekenprestaties, goede en betrouwbare examens, excellentie bevorderen, betere ontwikkeling van toptalent, alle leerlingen een passende kwalificatie, voor alle leerlingen een maatschappelijke stage, en reductie van het aantal zeer zwakke scholen. (TE/170309)

  • Uitgevers in actie tegen kopiëren leermiddelen

    De educatieve uitgevers zijn een campagne begonnen om scholen te informeren over wat is toegestaan bij het gebruik van leermiddelen en wat niet. De GEU heeft de website www.auteursrechtenonderwijs.nl gelanceerd, waar wordt uitgelegd dat scholen duurder uit zijn door te kopiëren en dat kopiëren een schending van het auteursrecht is. Daarvan zijn ook de auteurs, vaak collega-docenten, de dupe.
    Auteursrechten worden in het onderwijs geregeld geschonden – al dan niet met opzet. Vooral op basisscholen wordt het werkboek veelvuldig gekopieerd. Volgens Joachim Driessen, Malmberg-directeur en voorzitter van de GEU-commissie Auteursrecht, merken uitgevers en schoolboekhandelaren de laatste tijd dat het kopiëren zich uitbreidt tot het voortgezet onderwijs. “Een oorzaak hiervan zullen de ‘gratis schoolboeken’ zijn. Om binnen de budgetten te blijven en leerlingen toch kwalitatief goed lesmateriaal te geven, neemt een aantal docenten zijn toevlucht tot kopieën.”
    Dat hierdoor geld bespaard wordt is een misvatting. “Zo had laatste een basisschool een werkboek van 50 pagina’s gekopieerd voor haar leerlingen voor de kostprijs van 5 euro. De verkoopprijs in de boekhandel bleek 3,90 euro. Het kopiëren kon niet op tegen de hoge oplages en daardoor lagere kostprijs. Nog afgezien van de arbeidstijd die de docent er in gestopt had.”
    Als de voorlichtingscampagne, inclusief foldermateriaal en brieven naar de scholen, onvoldoende helpt, overwegen de uitgevers harder op te treden tegen de scholen die inbreuk maken op het auteursrecht door middel van juridische stappen.” (TE/230309)

  • Studiebijeenkomst Leermiddelenbeleid in het VO

    Het Programma Leermiddelenbeleid (een project van de VO-raad) organiseert een studiebijeenkomst over Integraal Leermiddelenbeleid. Deze middagbijeenkomst is bestemd voor schoolleiding en docenten, team- en sectieleiders en ict-managers in het voortgezet onderwijs.
    Nieuwe onderwijsvormen vragen om ander leermateriaal: meer maatwerk en gebruik van ‘mixed media’. Onderwerpen die aan de orde komen zijn: Hoe vertaalt een school haar wensen ten aanzien van leermateriaal in een plan van aanpak en een functioneel programma van eisen? Hoe ontwikkelt een school een meerjarig duurzaam integraal leermiddelenbeleid, rekening houdend met het ict-beleid, het personeelsbeleid, het kwaliteitsbeleid en de financiën?
    In vier workshops komen deze – en andere – vragen over leermateriaal en leermiddelenbeleid aan bod. Dit gebeurt zowel aan de hand van praktijkervaringen van scholen, als in de vorm van presentaties door experts.
    De studiebijeenkomst wordt tweemaal gehouden: op 23 april in Utrecht en op 11 mei in Zwolle van 12.30 – 17.00 uur. Deelname is kosteloos.
    Informatie over het programma, workshopbeschrijvingen en een elektronische inschrijfmogelijkheid zijn te vinden op: www.esscongres.nl/leermiddelen. (TE/230309)

  • 20 procent van alle scholen heeft aanbesteed

    Een op de vijf VO-scholen heeft de schoolboeken voor schooljaar 2009/2010 aanbesteed. Dat laat staatssecretaris Van Bijsterveldt weten in een brief aan de Tweede Kamer. In totaal gaat het om 28 aanbestedingsprocedures waaraan 117 scholen hebben meegedaan. Deze scholen geven les aan ruim 211.000 leerlingen. Inmiddels is ook een niet gespecificeerd aantal aanbestedingsprocedures gestart voor schooljaar 2010/2011. De Taskforce Gratis Schoolboeken verwacht op grond van contacten met scholen en inkoopadviseurs dat nog voor de zomervakantie ‘een fors aantal scholen’ ook een procedure zal opstarten.
    De staatssecretaris wijst ook op een niet bij naam genoemde leverancier die bij een overeenkomst voor een extern boekenfonds de resterende afschrijvingswaarde in rekening bij scholen heeft gebracht. “Voor zover de informatie van de Taskforce Gratis Schoolboeken strekt, is geen van de scholen die het betreft reeds tot betaling overgegaan van deze rekening.” (TE/300309)

  • Scholen niet zorgvuldig met vrijwillige ouderbijdrage

    Er zijn signalen dat niet alle scholen de voorschriften ten aanzien van de vrijwillige ouderbijdrage goed naleven. Dat bericht staatssecretaris Van Bijsterveldt de Tweede Kamer naar aanleiding van meldingen door de SP van vermeende onjuistheden rond de ouderbijdrage op 5 scholen voor primair onderwijs en 16 vo-scholen. De inspectie heeft deze signalen geverifieerd en is tot de conclusie gekomen dat in 10 van de 21 gevallen inderdaad iets niet in orde is. Daarbij gaat het in 6 gevallen niet om overtreding van de wettelijke vereisten omdat de verplichting tot betaling de schoolkosten (bijvoorbeeld schoolboeken) betreft en niet de ouderbijdrage of omdat pas een incassobureau wordt ingeschakeld na vrijwillige ondertekening van de overeenkomst. Op 4 scholen is de ouderbijdrage inderdaad niet vrijwillig en/of wordt vermeld dat de bijdrage besteed wordt aan activiteiten die tot het primaire proces behoren en dat bij niet betalen de leerling van deze activiteiten wordt uitgesloten. Bij bijna alle wettelijke bepalingen rondom de vrijwillige ouderbijdrage doen zich op diverse onderzochte scholen problemen voor. De staatssecretaris wijst op de brochure ‘Uw bijdrage aan de schoolkosten’ die naar alle oudergeledingen en schoolbesturen van de vo-scholen is gestuurd. De inspectie werkt momenteel aan een breder onderzoek naar de ouderbijdrage en zal daarover rapporteren in het Onderwijsverslag 2009. (TE300309)

  • Vervolgsubsidie leermiddelenbeleid

    Nieuwe onderwijsvormen vragen om ander leermateriaal en meer maatwerk. Het programma Leermiddelenbeleid biedt hierbij ondersteuning, onder meer in de vorm van een subsidieregeling projecten Leermiddelenbeleid. Scholen die financiële steun willen bij het formuleren van hun leermiddelenbeleid kunnen tot 1 juni 2009 subsidie aanvragen.
    Per aangemelde school is een bedrag van maximaal 15.000 euro per project beschikbaar. Meer informatie over de regeling, de criteria en het aanvraagformulier vindt u op www.vo-raad.nl/leermiddelenbeleid. Het programma Leermiddelenbeleid wordt uitgevoerd door de VO-raad en gefinancierd door het ministerie van OCW. (TE/010409)

  • Wikiwijs in 2010 van start

    Bij het begin van schooljaar 2010-2011 moet Wikiwijs volledig in de lucht zijn. Nog dit jaar gaat een bètaversie van start. Wikiwijs wordt een wikipedia-achtige website gevuld met vrij te gebruiken, te arrangeren en aan te vullen lesmateriaal.
    Kennisnet en de Open Universiteit worden nauw betrokken bij de ontwikkeling, schrijft minister Plasterk aan de Tweede Kamer. Kennisnet en de Open Universiteit moeten zorgen voor de randvoorwaarden als een digitale infrastructuur, auteursrechten en cursussen, zodat docenten en scholen Wikiwijs daadwerkelijk kunnen gaan gebruiken.
    Sinds de lancering van dit initiatief, eind vorig jaar, zijn leraren en andere betrokkenen er met grote voortvarendheid mee aan de slag gegaan. Plasterk is onder de indruk van de “grote creativiteit” die aan de dag wordt gelegd en “de veelheid van projecten”, zoals bijvoorbeeld de Landelijke Open Leermaterialenbank waar de VO-raad mee bezig is.
    Ook de marktpartijen worden betrokken bij het opzetten van Wikiwijs. Het is niet de bedoeling om het digitale materiaal van uitgevers links te laten liggen en volledig te vervangen voor open leermiddelen. “Het is van belang”, schrijft Plasterk, “dat zoveel mogelijk beschikbaar digitaal leermateriaal, open en gesloten, gratis en betaald, publiek en commercieel, eenvoudig kan worden gevonden. Als er geen geschikt open leermateriaal beschikbaar is dan kan een docent er voor kiezen ander digitaal leermateriaal in te zetten.” (TE/080409)

  • Uitgevers: Wijs met Wikiwijs

    In een notitie heeft de Groep Educatieve Uitgeverijen (GEU) gereageerd op de brief van minister Plasterk van 7 april 2009 aan de Tweede Kamer over Wikiwijs en de stimulering van open leermiddelen. Onder de kop “Wijs met Wikiwijs” zeggen de uitgevers het een goede zaak te vinden dat de overheid de regie neemt om de vele initiatieven rond digitale leermiddelen te bundelen en om samenhang aan te brengen in de ontsluiting van digitaal materiaal. Ook ondersteunt de GEU het voornemen om Kennisnet en de Open Universiteit een centrale rol toe te kennen. Wikiwijs zorgt voor standaardisering en zorgt voor koppeling tussen open materiaal en materiaal van uitgeverijen.
    Ten aanzien van open leermiddelen zou eerst moeten worden vastgesteld welke behoeftes of uitvoeringsproblemen bij docenten leven. De GEU is van mening dat het perspectief van de docent bepalend moet zijn bij de verdere uitwerking van Wikiwijs. Hoe wil de docent bijvoorbeeld gefaciliteerd worden bij het verzorgen van zijn onderwijs? Welke (on)mogelijkheden constateert de docent in het huidige leermiddelenaanbod? En welke belemmeringen ervaart de docent in de dagelijkse beroepspraktijk?
    Loop geen risico met de kwaliteit van het onderwijs, zo houden de uitgevers de minister voor. Goede leermiddelen ontwikkelen is een vak apart. Ook arrangeren moet je leren. Leermethoden borgen de kwaliteit van het onderwijs, zijn meer dan een stapel legostenen en zorgen voor consistente overdracht. Bovendien is digitaal materiaal geen doel op zich.
    Apart gaat de notitie in op de rol van de overheid: educatief uitgeven is een rol voor de private sector, de overheid zou zich moeten beperken tot het faciliteren en standaardiseren van de infrastructuur en het voorkomen van oneigenlijke concurrentie.
    De educatieve uitgeverijen vinden het allereerst wenselijk dat docenten gefaciliteerd worden bij het gebruikmaken van digitaal leermateriaal. Daarnaast vindt de GEU het wenselijk dat de overheid docenten faciliteert bij het combineren van eigen gemaakt materiaal met het materiaal van de educatieve uitgeverijen. Langs deze weg is een vorm van massamaatwerk mogelijk die het onderwijs ‘als nooit tevoren’ kan verrijken. De GEU-reactie is hier te downloaden. (TE/100409)

  • Seminar Open leermaterialen en Europees aanbesteden

    Scholen kunnen zich tot 4 mei aanmelden voor het seminar Kies voor kansen! Open leermaterialen en Europees aanbesteden van schoolboeken. Het seminar is vrijdag 15 mei in Amersfoort en wordt georganiseerd door de Taskforce Gratis Schoolboeken en het Innovatieplatform Voortgezet Onderwijs (IP-vo). Een van de workshops gaat over integraal leermiddelenbeleid.
    Op www.spitz.nu/kiesvoorkansen staat alle informatie over het seminar, zoals het programma, de workshopomschrijvingen, de deelnemers van het ervaringsterras en de locatie. Bij registratie kunnen belangstellenden zich inschrijven en aangeven welke workshops zij deze dag willen volgen. (TE/150409)

  • Effecten aanbesteding: minder dienstverlening bij minder leveranciers

    Alle Europese aanbestedingen van leermiddelen voor het komende schooljaar zijn achter de rug. De effecten beginnen zichtbaar te worden: minder leveranciers op de markt, meer scholen met een intern boekenfonds, beperkte kostenreductie voor scholen en schrappen in de boekenlijsten. Dat constateert Boekblad Magazine na een rondgang langs schoolboekleveranciers.
    Voor komend schooljaar heeft 20% van alle vo-scholen zijn leermiddelen aanbesteed. In totaal gaat het om 117 scholen met 211.000 leerlingen. Voor schooljaar 2010/2011 verwacht het ministerie dat nog eens 40% zal aanbesteden – 400.000 tot 500.000 leerlingen.
    De eerste 28 procedures hebben geleerd dat nog maar vier partijen actief blijven op de markt: Van Dijk Educatie, Iddink, H. de Vries en Studieboekencentrale. Alle kleine, lokale partijen die nog hebben ingeschreven, vielen direct af. Potentiële nieuwkomers hebben wel bestekken opgevraagd, maar niet of nauwelijks ingeschreven.
    Volgens de leveranciers zijn alle aanbestedingen gegund op prijs. De eisen die werden gesteld aan dienstverlening waren niet onderscheidend genoeg. Niet uitgesloten is dat als gevolg van de margedruk nog maar twee partijen op de markt overblijven.
    Verwacht wordt dat nieuwe aanbestedingsvormen zullen worden bedacht waarin kwaliteit van dienstverlening een grotere rol speelt. “En scholen zullen leren uit het inkooptraject van andere scholen dat zekerheid van levertijden en compleetheid van pakketten minstens zo veel waard is als de prijs alleen”, aldus een leverancier.
    Boekblad Magazine vindt de switch opmerkelijk die scholen maken van een extern boekenfonds naar een gefaciliteerd of intern boekenfonds. “Optisch is dat het goedkoopst, maar heel veel kosten zijn verborgen.”
    Het blad vraagt zich af wat de invoering van de gratis schoolboeken eigenlijk heeft opgeleverd. Het systeem zou de marktwerking verbeteren – vooralsnog is het aantal spelers verminderd en niemand rekent op nieuwe toetreders. De kosten voor schoolboeken moesten omlaag – maar dat streven lijkt te worden gedwarsboomd door een op termijn onhoudbare kortingenstrijd. De kostenreductie komt vooral tot stand doordat scholen maar 316 euro per leerling krijgen en daarom schrappen in hun boekenlijsten. (TE/290409)

  • Praktijkgerichte leslokalen goed voor vmbo

    In het vmbo zijn aangepaste leslokalen op de beroepspraktijk goed voor de onderwijskwaliteit. Dat blijkt uit een monitor die staatssecretaris Van Bijsterveldt naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De zogenaamde praktijkgerichte leeromgevingen verhogen de schoolprestaties, verbeteren het schoolklimaat en versterken het imago van het vmbo. In totaal is voor € 205 miljoen aan subsidiebijdragen uitgekeerd. In de praktijkgerichte leeromgeving wordt in de klas de beroepspraktijk zo goed mogelijk nagebootst, zoals garages, kappers en detailwinkels. Doordat leerlingen (praktijk)les krijgen in teams en projectverband is de les anders dan gebruikelijk. Bovendien worden de leerlingen begeleid door meerdere docenten. Zij werken op die manier vaker samen. Uit de monitor blijkt dat het onderwijs in deze vorm voor leerlingen aantrekkelijker wordt. Zij raken extra gemotiveerd en worden zodoende beter voorbereid op het vervolgonderwijs. (TE/040509)

  • Advies Onderwijsraad: Beter inspelen op behoefte aan maatwerk

    Sommige ouders zoeken voor hun kind vervangend of aanvullend onderwijs buiten de
    regulier bekostigde scholen om. Er is geen grote groei te verwachten van dit ‘uitwijkonderwijs’, behalve in naschoolse (huiswerk)begeleiding. Wellicht spelen scholen onvoldoende in op behoefte aan meer maatwerk. Dat stelt de Onderwijsraad in de studie Uitwijken en inbrengen.
    Er zijn vier vormen van uitwijkonderwijs: particulier onderwijs (2.300 leerlingen), thuisonderwijs (circa 200), onderwijs over de grens (ruim 4.000) en aanvullend onderwijs: naschoolse begeleiding van de leerling door een huiswerkinstituut, bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding, bijles of examentraining (tussen de 60.000 en 110.000 leerlingen). Serieuze groei van het aantal leerlingen dat gebruikmaakt van uitwijkonderwijs zal zich naar verwachting vooral voordoen met betrekking tot naschoolse begeleiding.
    De motieven van ouders om hun kind naar het uitwijkonderwijs te laten gaan zijn overwegend onderwijskundig en pedagogisch van aard; praktische motieven spelen een veel minder belangrijke rol. Veel motieven betreffen de kwaliteit van het reguliere onderwijs en de ontevredenheid van de ouders hierover. De motieven van ouders hebben betrekking op het ontbreken van een door regels en structuur gekenmerkt klimaat in reguliere scholen, gebrek aan individuele aandacht en begeleiding, de eisen die in het reguliere onderwijs aan de leerlingen worden gesteld ten aanzien van zelfstandigheid en ‘leren leren’. Enkele maatschappelijke ontwikkelingen, zoals toegenomen eisen vanuit de maatschappij en mondigheid van ouders, competentiegericht onderwijs en passend onderwijs, kunnen de groei van de vraag naar vervangende en aanvullende voorzieningen groter doen worden.
    Scholen signaleren deze behoefte wel, maar maken zich daar vooralsnog geen zorgen over. Dit zal te maken hebben met het feit dat het niet om dusdanige leerlingenaantallen gaat dat scholen in hun voortbestaan worden bedreigd. Het bestaan en de groei van huiswerkinstituten hebben echter ook nog niet geleid tot een kritische houding van scholen ten aanzien van hun onderwijstaken en verantwoordelijkheden. De vraag is of dit terecht is, aldus de Onderwijsraad. Moeten scholen zich meer zorgen maken over de kwaliteit van hun onderwijs of stellen ouders onredelijk hoge eisen aan de scholen? Scholen en schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor goed onderwijs. Dit zou ook kunnen betekenen dat ze in samenwerking met huiswerkinstituten het gewenste onderwijs en de begeleiding realiseren. Op sommige plekken in Nederland gebeurt dat al. (TE/060509)

  • Onderwijs haalt niet maximale uit leerling

    De inspectie vraagt in haar jaarverslag De staat van het onderwijs aandacht voor het onderwijs aan leerlingen die extra zorg nodig hebben. Dit onderwijs heeft nog te vaak onvoldoende kwaliteit en is te weinig effectief.
    Het is de professionele uitdaging aan leraren om het maximale aan mogelijkheden uit een leerling naar boven te halen. In het VO is de mentaliteit om ‘uit leerlingen te halen wat er in zit’ niet overal voldoende aanwezig, meent de Inspectie. Veel leraren genoegen nemen met een niet bevredigende pedagogisch-didactische situatie: een klas die niet echt gemotiveerd is, waar een ordelijk klimaat ontbreekt, die teleurstellende resultaten behaalt. Dit verenigt zich moeilijk met een gevoel van professionele eigenwaarde. Vaak stuurt de schoolleiding hierop onvoldoende of te laat bij.
    In veel lessen gebruiken leerlingen en leraren de tijd te weinig efficiënt, heerst geen taakgerichte werksfeer, besteden leraren geen aandacht aan verschillen in aanleg of capaciteiten tussen leerlingen en dagen ze leerlingen onvoldoende uit omdat ze geen eigen verantwoordelijkheid van hen eisen. Een goed pedagogisch klimaat krijgt prioriteit boven cognitieve eisen. Leraren volgen doorgaans getrouw de methoden, maar buiten deze methoden formuleren en toetsen zij meestal geen expliciete tussendoelen voor kennis en vaardigheden. Schoolleiders sturen weinig of niet op het bereiken van vastgestelde inimumdoelen. Op veel scholen ontbreekt dus een beleid dat tot doel heeft leerlingen maximaal te laten presteren. Dit is ook zichtbaar in examenresultaten: relatief hoge resultaten voor het schoolexamen tegenover lage voor het centrale examen. (TE/130509)

  • VO combineert traditioneel en vernieuwend onderwijs

    De onderwijsinspectie schrijft in haar jaarverslag dat sommige ontwikkelingen in het VO op alle scholen zichtbaar zijn: de nieuwe mogelijkheden in de onderbouw, de actualisering van het vmbo en de inrichting van de vernieuwde tweede fase havo/vwo. Discussies op scholen gaan over deze ontwikkelingen en minder over onderwijskundige concepten zoals ‘het nieuwe leren’. Scholen stellen nu vooral de vraag: welk onderwijskundig concept past het best bij een bepaald doel en een bepaalde groep leerlingen? Onvruchtbare tegenstellingen in teams zijn grotendeels verdwenen. Er is een zeker pragmatisme op onderwijskundig gebied gekomen. Scholen hebben in meerderheid hun aanvankelijk ambitieuze plannen om de onderbouw volgens 'scenario 4' (een vorm van nieuw leren) in te richten bijgesteld. Nu combineren de meeste scholen traditionele en vernieuwende elementen. Naast het onderwijs in vakken richten ze soms leergebieden in, ze maken professioneler gebruik van digitale mogelijkheden
    en programmeren vakoverstijgende projecten. (TE/130509)

  • Open Leermiddelenbank start met pilot Wiskunde

    Onder leiding van adviesbureau Verdonck, Klooster & Associates (www.vka.nl) is de VO-raad een pilot gestart voor de Open Leermiddelenbank, een initiatief om databanken van verschillende aanbieders van digitale leermiddelen te ontsluiten. Dit werd bekendgemaakt op 15 mei tijdens het seminar Kies voor Kansen!, over Europees aanbesteden en open leermiddelen.
    Het pilotproject maakt digitaal leermateriaal voor wiskunde voor onderbouw havo/vwo landelijk beschikbaar per 1 augustus 2009. Al het gepubliceerde materiaal zal worden getoetst aan de hand van een set kwaliteitseisen en geïnventariseerd aan de hand van een vakinhoudelijke leerlijn. Gestreefd wordt naar volledige dekking van de kerndoelen. In ieder geval zal een plan van aanpak worden opgeleverd om eventuele hiaten weg te nemen. Het pilotproject wiskunde vormt de start van een groeipad waarin gefaseerd leermaterialen worden gerealiseerd voor de opeenvolgende leerjaren. In 2012/2013 moet het wiskunde-aanbod dekkend zijn voor alle leerjaren en sectoren. (TE/180509)

  • Digitale wiskundeles wint COS-Award

    Het Carbooncollege in Hoensbroek heeft een COS-Award gewonnen met een door de school ontworpen digitale les in ruimtemeetkunde. De jury waardeerde 'de ludieke koppeling van wiskunde aan kunst'. De school wint er een smartboard mee.
    De COS Awards zijn een initiatief van COS, een onafhankelijk vaktijdschrift voor eigentijds onderwijs en ICT. De wedstrijd heeft als doel het ICT-gebruik op scholen te stimuleren. De scholen die in de prijzen vallen dienen tot voorbeeld en inspiratie voor andere scholen. Daarom worden de ingezonden lessen van de winnende scholen binnenkort geplaatst op www.cos-awards2009.nl. De digibordlessen zijn vrij te gebruiken door andere scholen.
    De inzending van het Carbooncollege is een digitale les, waarbij verschillende softwarepakketten zoals Google Earth en Sketchup zijn geïntegreerd. "Een redelijk lastig en moeilijk vak als ruimtemeetkunde wordt inzichtelijker door het gebruik van deze digibordles", aldus de jury. De tweede prijs in de categorie voortgezet onderwijs ging naar Middenschool Heilig Hart uit Bree (België), de derde prijs naar het Elzendaal College uit Boxmeer. (TE/180509)