Onafhankelijke informatie over kiezen en kwaliteit van leermateriaal

actueel

Actueel

Meer nieuwsberichten in het archief

  • Ondersteuning bij leermiddelenbeleid in schooljaar 2010/2011

    juli 2010

    Op dit moment hebben 150 scholen zich inmiddels aangemeld voor ondersteuning bij het vormgeven van hun leermiddelenbeleid. Dit initiatief van het Innovatieplatform-VO blijkt in een grote behoefte te voorzien. De adviseurs van het project Leermiddelenbeleid van het Innovatieplatform-VO assisteren scholen (kosteloos) bij het ontwikkelen van een leermiddelenbeleidsplan.

    Scholen kunnen zich nog aanmelden voor ondersteuning. In 2010 is vanuit het project Leermiddelenbeleid van het Innovatieplatform capaciteit om 250 scholen te ondersteunen. Op dit moment zijn er nog 100 plaatsen beschikbaar. Als u nog gebruik wilt maken van het kosteloze ondersteuningsaanbod is het belangrijk zo snel mogelijk in te schrijven.

    Leermiddelenbeleidsplan
    Om als schoolleider vanuit onderwijskundig en organisatorisch perspectief zicht te houden op gebruikte leermaterialen, is een leermiddelenbeleidsplan onontbeerlijk. Het leermiddelenbeleidsplan legt de kaders vast voor de visie, het beleid en de organisatie van de school met betrekking tot leermiddelen. Uiteindelijk leidt dit tot een plan dat inzichtelijk maakt welke leermaterialen in de verschillende locaties, afdelingen, secties en leerjaren gebruikt worden in een school.

    Ondersteuning
    De adviseurs van het project Leermiddelenbeleid ondersteunen u bij het samenstellen van een dergelijk plan. Daarvoor organiseren zij na de zomervakantie per regio (noord, midden, zuid) een tweetal werkbijeenkomsten. Deze werkbijeenkomsten zijn bedoeld voor scholen die al aan de slag willen met het maken van een leermiddelenbeleidsplan. Deelname aan deze bijeenkomsten levert een afgerond leermiddelenbeleidsplan op voor uw school.

    Informatiebijeenkomsten
    In september zijn er nog een aantal regionale informatiebijeenkomsten over het leermiddelenbeleid. Deze zijn bedoeld voor scholen die zich oriënteren op leermiddelenbeleid en op de ondersteuning van het Innovatieplatform-VO en gaan vooraf aan de werkbijeenkomsten. U krijgt achtergrondinformatie over het 'hoe en waarom' van een leermiddelenbeleidsplan. Ook voor deze bijeenkomsten kunt u zich nog aanmelden.

    Aanmelden
    U kunt zich voor een informatiebijeenkomst, een werkbijeenkomst, of beide, opgeven via het 'Inschrijfformulier bijeenkomsten Leermiddelenbeleid 2010'.

  • Bijeenkomsten leermiddelenbeleidsplan op de agenda

    juni 2010

    Om als schoolleider vanuit onderwijskundig en organisatorisch perspectief overzicht te houden op gebruikte leermaterialen, is een leermiddelenbeleidsplan onontbeerlijk. Het Innovatieplatform-VO van de VO-raad helpt u graag bij het samenstellen van een dergelijk plan.

    In een leermiddelenplan wordt de diversiteit aan materialen voor een school inzichtelijk gemaakt door te beschrijven welke leermaterialen in de verschillende locaties, afdelingen, secties en leerjaren gebruikt worden.

    Informatiebijeenkomsten

    De adviseurs van het project Leermiddelenbeleid van het Innovatieplatform-VO van de VO-raad kunnen u (kosteloos) assisteren bij het ontwikkelen van een leermiddelenbeleidsplan voor uw school. Dat doen zij door nog voor de zomervakantie een aantal informatiebijeenkomsten over het 'hoe en waarom' van een leermiddelenbeleidsplan te organiseren. De laatste van deze bijeenkomsten vindt plaats op 24 juni.

    Na de zomervakantie worden per regio een tweetal werkbijeenkomsten georganiseerd. Deelname aan deze bijeenkomsten zal resulteren in een afgerond leermiddelenbeleidsplan voor uw school. Enkele pilotscholen die het afgelopen jaar hun leermiddelenbeleid hebben vertaald in een plan, treden op als gastheer en zullen u assisteren.

    U kunt zich hier aanmelden voor deze bijeenkomsten. U vindt daar ook alle data waarop de bijeenkomsten plaatsvinden.


  • leermiddelenvo.nl gaat scholen gericht ondersteunen bij hun leermiddelenbeleidsplan

    april 2010

    Binnen het Programma Leermiddelenbeleid 2009 hebben 33 pilotscholen een leermiddelenbeleidsplan opgeleverd. Leermiddelenbeleid raakt het hart van het onderwijs. Het fungeert als motor voor verdere ontwikkeling van onderwijsvisie, een schooleigen curriculum, professionalisering en andere financieringsvormen.

    Inmiddels hebben meerdere scholen de wens geuit met hun leermiddelenbeleid aan de slag te willen. Het Innovatieplatform VO wil met het project Leermiddelenbeleid 2010 aan deze wens tegemoet komen en heeft een nieuw team van enthousiaste en deskundige adviseurs in het leven geroepen om scholen te ondersteunen.

    Dankzij de ervaringen van de pilotscholen kunnen we heel gericht ingaan op de vragen die er in het scholenveld spelen. Daarom werken wij op dit moment aan een nieuwe opzet van deze website: u gaat hier op één plek alle tools, activiteiten en contacten overzichtelijk verzameld vinden, die u helpen bij het vormgeven van een leermiddelenbeleidsplan.

    Aan de hand van heldere vragen zult u zich kunnen orienteren op de thema’s die relevant zijn voor leermiddelenbeleid. U vindt hier dan ook een format voor een leermiddelenbeleidsplan, met praktische tools die u helpen een schooleigen invulling te geven aan elk onderdeel.

    Scholen die betrokken willen zijn bij de verdere ontwikkeling van deze site zijn van harte uitgenodigd contact met ons op te nemen!

     

  • Onderzoek naar effectiviteit van leermaterialen in het Voortgezet Onderwijs

    maart 2010

    Joke Voogt en Natalie Pareja Roblin van de Faculteit Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente deden een literatuurstudie naar de effectiviteit van leermaterialen in het Voortgezet Onderwijs.

    Aanleiding voor het onderzoek was de behoefte van schoolleiding en docenten aan betrouwbare en praktisch toepasbare kennis van het optimaal inzetten van digitaal leermateriaal in combinatie met papieren leermaterialen.

    Antwoorden
    In de literatuurstudie is onderzocht welke antwoorden vanuit het wetenschappelijk onderzoekkunnen worden gegeven op de vragen uit de scholen. Meer specifiek gaat deze literatuurstudieover het effectief gebruik van specifieke leermaterialen in het onderwijs. Daarbij is aandachtgeschonken aan onderwijskundigen en economische aspecten van leermaterialen.

    Doel
    Het doel van de literatuurstudie is om een overzicht te geven van de stand van zaken van het onderzoek naar de effectieve inzet van diverse typen leermaterialen in het onderwijs. De opbrengst van het literatuuronderzoek is een beschrijvende inventarisatie van nationaal en internationaal wetenschappelijk onderzoek naar effectief gebruik van digitaal en papieren leermateriaal.

    U kunt het rapport hier downloaden.

     

  • VO-raad: 'Politiek moet investeren in kwaliteit docenten'

    maart 2010

    De VO-raad roept de politieke partijen op om in hun verkiezingsprogramma’s de kwaliteit van het onderwijs - in het bijzonder aandacht voor goed opgeleide docenten - tot speerpunt te maken en te investeren in onderwijs. Dat blijkt uit een persbericht dat de raad onlangs verstuurde.

    Volgens de VO-raad is de toename van het aantal onbevoegde docenten dat voor de klas staat niet acceptabel. Om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen en te verbeteren is het van belang te investeren in voldoende en goed opgeleide docenten.

    Meerdere oplossingen
    De raad realiseert zich dat voor het lerarentekort niet één passende oplossing bestaat. Daarom heeft het voortgezet onderwijs meerdere initiatieven ontwikkeld om het lerarentekort op te lossen. Daarbij kan gedacht worden aan het Actieplan Leerkracht, de verhoging van de lerarensalarissen, de invoering van de educatieve minor, regelingen rondom zij-instromers, het convenant met UWV en het zelf opleiden van docenten via opleidingsscholen.

    Kortdurende vervanging
    Ondanks al die inspanningen en initiatieven ondervinden scholen nog steeds problemen vanwege het lerarentekort. Zo hebben scholen te kampen met onvervulde uren en een toenemend aantal lessen dat gegeven wordt door on(der)bevoegde docenten. Vooral het vinden van kortdurende vervanging is volgens de raad een groot probleem. Daardoor zijn scholen soms genoodzaakt te kiezen uit twee kwaden: onbevoegde docenten voor de klas of leerlingen naar huis sturen.

    De VO-raad blijft zich daarom onverminderd inzetten voor investeringen in onderwijskwaliteit en daarmee voor de toekomst van leerlingen. De raad ziet het investeren in kennis nu 'van essentieel belang voor Nederland'.

  • SURFnet/Kennisnet schrijft Innovatieregeling 2010 uit

    februari 2010

    Na het succes van de innovatieregeling 2009, heeft het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma de Innovatieregeling 2010 uitgeschreven. Daarmee geven SURFnet en Kennisnet gezamenlijk een impuls aan ict vernieuwing in het gehele onderwijs. De regeling is bedoeld voor docenten en ict-coördinatoren uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.

    In het SURFnet Kennisnet Innovatieprogramma kan een school een financiële bijdrage van maximaal €10.000,- krijgen voor een innovatief project. De doelstelling van deze regeling is het stimuleren van kleinschalige innovatieve experimenten met ict die een onderwijskundig relevant probleem oplossen en het onderwijs versterken.

    Compensatie
    Om deze doelstelling en resultaten te bereiken stelt het SURFnet Kennisnet innovatieprogramma een stimuleringsbijdrage en ondersteuning ter beschikking waarmee praktische en financiële belemmeringen om te experimenteren (gedeeltelijk) worden gecompenseerd.

    Aanvraagprocedure
    Om in aanmerking te komen voor selectie moet het aanvraagformulier Innovatieregeling 2010 te ingevuld worden. Dit formulier kunt u downloaden van de website http://regelingen.kennisnet.nl . Het aanvraagformulier kan vervolgens digitaal worden ingediend via regelingen@kennisnet.nl, onder vermelding van 'Innovatieregeling 2010' en de naam van de aanvragende instelling.

    De inschrijving is geopend tot 12 april 2010.

  • Scholen enthousiast over leermiddelenbeleid

    februari 2010

    - 33 Projecten afgerond: een eerste stap is gezet -

    Leermiddelenbeleid raakt het hart van het onderwijs en versterkt het bewustzijn over en het draagvlak voor de onderwijsvisie. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het eindrapport ’Leermiddel, de docent, zijn leerling en hun toekomst’ van het Programma Leermiddelenbeleid, een project van de Vo-raad.

    Binnen het programma voerden 33 scholen een project uit. Andere scholen kunnen van hun ervaring gebruik maken. Met het opzetten van leermiddelenbeleid komen allerlei fundamentele onderwijszaken samen: de wens om de leerling meer maatwerk te bieden, de behoefte aan een meer schooleigen curriculum en toenemend gebruik van ict en de mogelijkheden van andere financieringsvormen.

    Het leermiddelenbeleid zorgt voor een direct gesprek tussen docenten en leidinggevenden over onderwijs, schoolontwikkeling en innovatie. Schoolleiding en docenten kunnen hun voordeel doen met de ervaringen en ideeën van de projectscholen. Het rapport beschrijft naast succesfactoren en obstakels ook de verschillende rollen en opvattingen van schoolleiding en docenten

    Download het rapport 'Leermiddel, de docent, zijn leerling en hun toekomst' hier (PDF)

    Download het rapport 'Plannen voor leermiddelenbeleid van ruim 10 scholen' hier (PDF)

     

     

  • Eerste digitale leerobjecten ontsloten via Edurep

    januari 2010

    Vanaf februari 2010 worden 3600 nieuwe leerobjecten doorzoekbaar via Edurep. Een eerste deel daarvan is al operationeel.

    Edurep is een centrale voorziening die digitale collecties van leermaterialen op internet vindbaar maakt. Die collecties worden ook wel repositories genoemd. In deze repositories zijn leerobjecten gelabeld door kenmerken, de zogenaamde metadata. Voorbeelden hiervan zijn titel, auteur, onderwijsniveau of bepaalde sleutelwoorden. Edurep haalt de metadata op uit de repositories. Daarna worden deze gegevens opgeslagen in een database en via online zoekmachines doorzoekbaar gemaakt.

    Regeling
    De aanbieders van collecties leermiddelen kunnen via de regeling 'Aansluiting collecties online digitaal leermateriaal' en met financiële ondersteuning vanuit Kennisnet de koppeling tussen hun collectie en Edurep maken. Het gaat ondermeer om collecties van Podium, Krant in de klas, Biodesk, Digibord op school, Didac, Danae webkwesties, Digimaster, ETV, Studio VO Scala Media, Math4all, Uitgeverij Tumult, Lesidee, OVC, en Codename Future.

    Technische hobbels
    We vroegen Jeroen van Vuuren, die zich binnen Kennisnet bezighoudt met het productmanagement van Edurep om een korte toelichting op de stand van zaken rond Edurep. Van Vuuren: "De eerste projecten staan online. Er zijn bij een aantal collecties nog wat kleine technische hobbels. De verwachting is dat het grootste deel van de collecties in februari beschikbaar komt".

    Overzicht en informatie
    Een overzicht van collecties die al in Edurep aanwezig zijn, inclusief beschrijvingen van het leermateriaal vindt u in dit PDF-document. Meer informatie over Edurep kunt u nalezen op: http://edurep.kennisnet.nl

     

  • IPON 2010: ICT in en rond de lespraktijk

    januari 2010

    Voor in de agenda: op woensdag 10 en donderdag 11 maart wordt voor de derde keer de IPON (ICT Platform Onderwijs Nederland) georganiseerd in de Jaarbeurs in Utrecht. Bezoekers hebben de keus uit ruim 80 gratis workshops, lezingen en presentaties op het gebied van digitaal onderwijs.

    Geïnteresseerden kunnen op IPON 2010 kennismaken met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van digitale leermiddelen, e-learning, software en automatisering. Ook kunnen zij hun digitale vaardigheden vergroten in interactieve workshops, presentaties bezoeken op de informatiemarkt of zich bij laten praten door deskundigen over de nieuwste innovaties.

    IPON Awards
    Op IPON 2010 zullen ook de IPON Awards uitgereikt worden aan ict-bedrijven die zich richten op het onderwijs. De Award winnaars mogen het IPON kwaliteitsmerk voeren. Daaraan kunnen onderwijsinstellingen zien dat een bedrijf zich onderscheidt in innovatie, kwaliteit en originaliteit.

    Scholen vrijmarkt en Teachmeet
    Ook dit jaar is er weer een scholen vrijmarkt onder auspiciën van stichting de Digitale School. De Teachmeet, een informele bijeenkomst voor iedereen die nieuwsgierig is naar technologie, onderwijs, innovatie en creativiteit keert eveneens terug.

    Programma
    Op het programma van IPON 2010 staan onderwerpen als digitale leermiddelen, samenwerking, innovatie & gadgets, begeleiding en sturing in het ict integratie debat en ondersteunende software en hardware in het leerproces. Het definitieve programma wordt in februari bekend gemaakt.

    Voorinschrijving
    Geïnteresseerden kunnen via voorinschrijving gratis toegangskaarten bestellen. Aan de deur kosten deze 15 euro per stuk. Registreren kan via www.ipononline.nl

     

  • Proeffase Wikiwijs officieel van start

    december 2009

    Op 14 december is de proeffase van Wikiwijs van start gegaan. Minister Plasterk was bij de opening in Breda aanwezig en ging in gesprek met docenten die succesvolle ervaringen hebben met open leermateriaal. Via de 'Upload Yourself' sessies konden deelnemers zichzelf aanmelden en kennis maken met het online platform.

    Wikiwijs is - voor wie het nog niet wist - een open leermaterialenbank waaraan iedereen kan bijdragen. Wikiwijs is voor en door docenten. Zij kunnen op Wikiwijs onderwijsmateriaal vinden, downloaden en gebruiken.

    Website
    Op de website van Wikiwijs is het op eenvoudige wijze mogelijk om lessen samen te stellen en lesmateriaal te ontwikkelen, te plaatsen en te beoordelen. Daarnaast vinden geïnteresseerden er een uitgebreide lijst met veelgestelde vragen over het project. De meest recente toevoegingen aan Wikiwijs zijn een aantal instructiefilmpjes die laten zien hoe Wikiwijs werkt en hoe lessen gearrangeerd, ontwikkeld en geplaatst kunnen worden.

    Bijblijven
    Via de nieuwsbrief Wikiwijs en het Wikiwijs weblog worden deelnemers aan Wkiwijs op de hoogte gehouden van nieuws en vorderingen rond het project. Tijdens de proeffase ligt de nadruk bij Wikiwijs op po, vo en mbo. De definitieve versie van Wikiwijs gaat in het schooljaar 2010-2011 van start. Vanaf 1 september 2010 komen alle onderdelen van Wikiwijs ook in etappes beschikbaar voor het hbo en wo.

    VO-raad
    De VO-raad is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het open leermateriaal met een omvang van ongeveer 20.000 uren onderwijstijd voor het voortgezet onderwijs in Wikiwijs. Dat is het aantal uren waarvoor er leermateriaal moet zijn om te spreken van kerndoeldekkend en eindtermendekkend materiaal van praktijkonderwijs tot gymnasium. In opdracht van de VO-raad coördineert SLO (de landelijke stichting voor leerplanontwikkeling) het kwaliteitszorgproces. Bij de realisatie van kwaliteit is een groot netwerk van aanbieders, gebruikers en experts betrokken.

    VO-content
    Op VO-content komt een geordende verzameling van open leermateriaal van verschillende aanbieders beschikbaar. De materialen zijn gerangschikt rond een vak (voor een leerjaar of meerdere leerjaren) of rond een cluster van vakken. De bedoeling is om in de toekomst ook te kunnen rangschikken rond een thema of leerlijn. De planning is dat alles op dit gebied gereed is bij aanvang van het schooljaar 2012-2013.

    Lees ook over Wikiwijs op www.vo-raad.nl

  • Subsidie voor ontwikkeling digitale bibliotheek Nederland

    december 2009

    Minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft onlangs bekend gemaakt dat zeventien bibliotheekorganisaties in totaal 7,5 miljoen euro subsidie krijgen om de digitale bibliotheek in Nederland verder op te bouwen. Zo wordt het in de toekomst ook mogelijk om de elektronische leeromgeving van scholen te koppelen aan deze digitale bibliotheek.

    Steeds meer leermiddelen en lesmaterialen worden (ook) in digitale vorm uitgegeven. Om nog maar niet te spreken van kranten, tijdschriften en boeken, materialen die door leerlingen veelvuldig gebruikt worden bij hun opleiding of studie. Door die toenemende digitalisering van informatie verandert de functie van de openbare bibliotheek. Naast de traditionele openbare bibliotheek ('een gebouw met boeken, kranten en tijdschriften') ontstaat een digitale openbare bibliotheek.

    Samenwerking
    Om alle digitale informatie te ontsluiten en toegankelijk te maken werkt het Ministerie van OCW samen met de bibliotheekbranche, de gemeenten en de provincies aan de opbouw van een landelijke digitale openbare bibliotheek. Daarvoor is in 2009 in totaal ongeveer 19 miljoen euro beschikbaar. Ongeveer tien miljoen euro daarvan wordt al ingezet voor specifieke projecten.

    Voorbeeld: Biebsearch
    Op het op 12 november gehouden NVB Jaarcongres heeft Annemarie van Essen een presentatie gegeven over het project 'Biebsearch', waarbij 'ICT, onderwijs, projecten, stages en de bibliotheek in elkaar overvloeien'. Biebsearch is daarmee dus een voorbeeld van een project waarbij sprake is van de koppeling van de elektronische leeromgeving aan de digitale bibliotheek. De presentatie is te downloaden via de website van NVB congressen.

  • Essaybundel over bruikbaar digitaal leermateriaal online

    november 2009

    Op het weblog van Kennisnet is begin november de essaybundel "Hier heb ik niets aan!" integraal online verschenen. In de essays proberen verschillende experts antwoord te geven op de vraag waarom veel digitaal lesmateriaal door docenten en leerkrachten nog steeds als 'niet bruikbaar' wordt ervaren.

    Uiteraard wordt er in de verschillende verhalen ook aandacht besteed aan mogelijke oplossingen en maatregelen die nodig zijn om dit probleem op te lossen.

    De titel van de bundel is een verwijzing naar een veelgehoorde uitspraak met betrekking tot deze materie. Deze geeft volgens kennisnet "in één simpele uitspraak één van de meest weerbarstige barrières weer die verdere integratie van ict binnen het onderwijs in de weg staat". Kennisnet nodigt iedereen uit om op de essays te reageren.

    De lijst met links naar de verschillende bijdragen is te vinden op:
    http://kennisnetonderzoek.wordpress.com/2009/11/03/essaybundel-hier-heb-ik-niets-aan/

  • Presentatie stand van zaken Elektronisch Leerdossier online

    november 2009

    Op de afgelopen Onderwijsdagen 2009 werd ook een sessie over het Elektronisch Leerdossier (ELD) gegeven. Projectleider Gerard van der Hoorn lichtte daar de stand van zaken rondom het ELD toe in een presentatie. Die laatste is nu ook online beschikbaar.

    Het ELD moet 'de standaard voor het digitaal uitwisselen van leergegevens' worden, althans dat is de doelstelling van de Organisatie Leren Doorgeven , die het project aanstuurt.

    Proof of Concept
    In de presentatie van Van der Hoorn wordt onder andere en uiteraard aandacht besteed aan de belangrijkste resultaten tot nu toe rondom het ELD en de uitrol naar versie 2.0. Zo komt het 'Proof of Concept', waaronder de oplevering van het ELD-postkantoor (waar de gegevens van leerlingen tijdelijk worden opgeslagen) uitgebreid aan de orde.

    Uitrol en vorderingen

    Van der Hoorn informeert ook over de testomgeving ('proeftuin') voor scholen en de daadwerkelijke productieomgeving. Ook geeft hij inzicht in het traject met betrekking tot de afspraken die gemaakt worden met leveranciers en het proces rondom de kwalificatie van leveranciers én instellingen. Tenslotte licht hij ook de vorderingen rond de uitrol toe via de ketenpilot en de toegewezen hotspot-locaties nader toe.

    Presentatie
    Geïnteresseerden kunnen de presentatie online nalezen op het e-Learning weblog van Wilfred Rubens. Hij was bij de presentatie aanwezig en geeft in een bericht daarover zijn kritische mening over het nut van het ELD. De presentatie is ook rechtstreeks via de website van SlideShare te bekijken.

  • Project WRTS Mobiel afgerond

    oktober 2009

    Afgelopen zomer is het project WRTS Mobiel afgerond. Dit project had als doel een mobiele variant te ontwikkelen voor wrts.nl. Dat is online overhoorprogramma voor leerlingen uit het VO waarbij deze zelf woorden kunnen invoeren, bestaande woordenlijsten van uitgevers kunnen uploaden en woordenlijsten met elkaar kunnen delen.

    De ontwikkeling van WRTS Mobiel had een driedelig doel. Ten eerste het aanbieden van lesstof via een mobiel apparaat, altijd en overal, door middel van de woordenlijsten en de bijbehorende toetsen en oefeningen. Ten tweede het in en rond de les aanbieden van vocabulaire toetsen en oefeningen op mobiele telefoons en PDA’s. En ten derde het ondersteunen van samenwerking en interactie tussen leerlingen via het delen van woordenlijsten en samen oefenen.

    Testen
    Na de ontwikkeling van de mobiele applicatie (voor de iPhone) is deze ter test voorgelegd aan leerlingen en docenten binnen een onderwijssetting. De belangrijkste vragen die daarbij gesteld werden: gebruiken de leerlingen deze altijd beschikbare mobiele versie in de zogenaamde 'verloren' momenten? Leidt dit gebruik tot meer samenwerking bij het leren? Verbetert het gebruik van de mobiele versie de leerprestaties van de leerlingen?

    Resultaten
    Na een vrij korte testperiode viel vast te stellen dat tweederde van de WRTS mobiel gebruikers positief is over de meerwaarde van de mobiele variant voor het behalen van betere leereffecten. De leerlingen waren vooral te spreken over het gebruik van de applicatie tijdens de zogenaamde Dalton-lesuren. Daarin staat tempodifferentiatie centraal. Toch werd ook opvallend vaak gemeld dat ook in deze situatie het leren vanaf een velletje papier favoriet is. Oorzaak: minder afleiding.

    Eindrapport
    Er is ondertussen ook een eindrapport verschenen over dit project. Daarin zijn alle doelstellingen, uitkomsten en conclusies van het project uitgebreid beschreven. Geïnteresseerden kunnen dit rapport hier downloaden.

    Make-it mobile
    De WRTS Mobiel applicatie kan als mooi voorbeeld of inspiratiebron dienen voor de ontwikkeling van andere mobiele applicaties voor het onderwijs. SURFnet en Stichting Kennisnet hebben daar onlangs een speciale wedstrijd voor in het leven geroepen onder de naam Make-it-mobile.

    De wedstrijd moet de mogelijkheden van mobiel leren onder de aandacht brengen en het gebruik van mobiel internet in het onderwijs een impuls geven. Docenten, schoolmanagers, scholieren en studenten uit alle onderwijssectoren kunnen nog tot en met 10 november ideeën aanleveren om daarmee deel te nemen.

    Meer informatie over Make-it-mobile kun je nalezen op: www.mobieleonderwijsdiensten.nl/mim  

     

  • Gratis oefenen met e-learning bij Malmberg

    oktober 2009

    Uitgeverij Malmberg maakt het sinds kort mogelijk voor docenten in het Voortgezet Onderwijs om ervaring op te doen met e-learning. Malmberg heeft daarvoor een speciaal ingerichte elektronische leeromgeving in het leven geroepen.

    De leeromgeving is een ideale proeftuin voor docenten die hun eerste stappen zetten in de wereld van het digitale onderwijs. Docenten kunnen vanuit huis of school op elk gewenst moment inloggen op de omgeving. Op die manier kunnen zij rustig en op hun eigen tempo oefenen en experimenteren met e-learning en de nieuwste ict-ontwikkelingen binnen het onderwijs.

    Anne Bruinenberg, directeur-uitgever VO/MBO bij Malmberg: "Wij realiseren ons dat niet elke docent even gemakkelijk meegaat in de voortschrijdende digitalisering van het onderwijs. Het is daarom fijn als je in een veilige omgeving - waar fouten maken niet erg is - de aansluiting weet te houden met e-learning in je eigen vakgebied".

    Nieuw platform
    De omgeving draait op het nieuwe 'Malmberg publishing platform' dat afgelopen zomer is opgeleverd. Dat platform is gebaseerd op nieuw concept voor alle nieuwe en toekomstige methodes van Malmberg voor het voortgezet onderwijs.

    Mogelijkheden
    Het nieuwe platform biedt verschillende mogelijkheden. Zo kunnen docenten zelf lesprogramma's samenstellen en deze desgewenst automatisch differentiëren per individuele leerling. Ook bevat het een volledig digitaal toetssysteem. Voortgang en resultaten van leerlingen kunnen eveneens eenvoudig gecontroleerd worden. Docenten kunnen bovendien hun eigen lesmateriaal aan het platform toevoegen. Er zijn inmiddels methodes voor Nask, aardrijkskunde, geschiedenis, economie, biologie en verzorging.

    "De eerste reacties van docenten én schoolmanagers op de nieuwe digitale omgeving zijn veelbelovend. De herkenbare opzet, het gebruiksgemak en de flexibiliteit worden als pluspunten ervaren", aldus Bruinenberg.

    De toegang tot de nieuwe proeftuin is gratis. Docenten hoeven slechts een inlogcode aan te vragen bij Malmberg.

  • Nieuw onderzoeksinstrument bepaalt houding docenten ten opzichte van leermiddelen

    oktober 2009

    In opdracht van het Programma Leermiddelenbeleid van de VO-raad heeft Onderzoeksbureau Motivaction onderzoek gedaan naar de houding van een docent in het VO ten opzichte van leermateriaal. Dat heeft geleid tot vier typeringen. Uit het onderzoek onder 826 docenten blijkt dat niet de traditionele indeling op basis van leeftijd, sekse, vak, schoolsoort, schoolgrootte of denominatie de keuze van docenten bepaalt maar hun houding ten opzichte van leermateriaal. Dit is belangrijk nieuws voor docenten en schoolleiding die bij hun leermiddelenbeleid te maken hebben met deze verschillen tussen docenten. Het onderzoek vormt de basis van het online beschikbare instrument waarmee docenten hun eigen houding kunnen onderzoeken.

    Vier segmenten
    Tevreden Coaches, Gedegen Vakvrouwen en -mannen, Eigenzinnige Arrangeurs en Kritische Idealisten zijn de vier typeringen die de houding - de "Leermiddelmentality" - ten opzichte van leermateriaal aangeven. Docenten uit de groep ‘Tevreden Coaches' (18% van de totale doelgroep) gaan vrij om met leermiddelen, zij zijn vooral op zoek naar materiaal dat ‘werkt' voor hun leerlingen, dat kan de ene keer een methode en de andere keer zelf samengesteld materiaal zijn. Docenten uit de groep ‘Gedegen Vakvrouw of -man' (34%) zijn meer gericht op methoden die structuur, gemak en een leerlijn bieden. De groep ‘Eigenzinnige Arrangeurs' (37%) daarentegen wil naast de methoden dikwijls ook door henzelf samengesteld en ontwikkeld materiaal gebruiken. Zij hechten een relatief groot belang aan flexibiliteit; open leermateriaal helpt hen daarbij. De Kritische Idealisten (11%) tenslotte willen vooral het beste van het beste voor hun leerlingen maar missen daarbij ondersteuning.

    Resultaten
    Wat opvalt is dat 81% de kwaliteit van het leermiddel een basisvoorwaarde voor goed onderwijs vindt. Bijna 70% wil dat zijn school leermiddelenbeleid ontwikkelt. Tweederde van de docenten geeft aan behoefte te hebben aan scholing om leermateriaal flexibel toe te passen. Meer dan driekwart (79%) vindt een samenwerking tussen scholen en uitgevers essentieel voor goed leermateriaal. Wat verder opvalt is dat 71 % alleen het door hen zelf ontwikkelde materiaal wil delen als ze zeker zijn van de kwaliteit daarvan. De helft van de docenten wil dat leerlingen over een eigen laptop beschikken en is van mening dat hun lessen beter worden door ict. En 91% vindt dat een leermiddel de leerling nieuwsgierig moet maken.

    Eigentijds onderwijs
    Joost Kentson, voorzitter Lerarenkamer vindt alles erop wijzen dat: "de beroepsgroep zich in een rap tempo aan het ontwikkelen is in de richting van verdere professionalisering en eigentijds onderwijs. Daarbij wordt de vakkennis niet verwaarloosd." Kentson wijst er ook op dat de randvoorwaarden goed moeten worden ingevuld: "docenten wel voldoende ontwikkeltijd en middelen krijgen, zoals pc's."

    Flexibele oplossingen
    Stephan de Valk van de GEU (Brancheorganisatie Educatieve Uitgeverijen) en uitgeefdirecteur van Noordhoff Uitgevers neemt het signaal dat er meer flexibele oplossingen moeten komen graag ter harte: "Een meerderheid van de docenten kent een belangrijke rol toe aan leermethoden en is daar heel tevreden over. Daarentegen is er ook een percentage niet tevreden over de flexibiliteit van het leermateriaal van educatieve uitgeverijen. Wij zullen dit signaal als uitgeverijen oppakken en verder gaan op de weg naar meer flexibele oplossingen."

    U kunt het rapport hier downloaden.
    De LeermiddelMentality test is ook online beschikbaar. 

     

  • Brief aan Tweede Kamer over gratis schoolboeken

    oktober 2009

    Op 10 mei 2007 schreef de VO-raad een brief over het aanbieden van gratis schoolboeken aan de Tweede Kamer. De Kamer wilde dit plan op korte termijn realiseren, desnoods alleen voor brugklassers. De VO-raad waarschuwde voor de gevolgen van deze overhaaste invoering.

    De VO-raad staat positief tegenover het voorstel gratis schoolboeken in te voeren, mits rekening wordt gehouden met bepaalde voorwaarden. Zo is het belangrijk dat er voldoende middelen beschikbaar komen, de maatregel mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van de leermiddelen of leiden tot administratieve rompslomp, scholen moeten vrij zijn in de wijze van organiseren en prijsstijgingen moeten worden gecompenseerd.

    Zorgvuldige manier
    Minister Plasterk heeft aangegeven dat de maatregel om organisatorische en financiële redenen per 1 augustus 2008 in mocht gaan. De raad adviseerde met klem niet over te gaan tot een gefaseerde invoering. Dit om grote onrust en rechtsongelijkheid onder ouders weg te nemen. Het advies luidde dan ook om het invoeren van gratis boeken op een zorgvuldige manier én voor alle leerlingen op hetzelfde moment te realiseren.

    Borg betalen
    Inmiddels is het plan vanaf het schooljaar 2009 -2010 in werking gesteld. De school bepaalt en betaalt nu de boeken en stelt deze gratis ter beschikking aan leerlingen. De invoering van de gratis boeken verloopt echter nog niet zonder problemen. Scholen interpreteren de regeling op hun eigen manier en laten ouders borg betalen voor de boeken. Is dit wel of niet toegestaan? De staatssecretaris heeft naar aanleiding van Kamervragen het standpunt van de VO-raad bevestigd en het verlossende antwoord gegeven: ja, het is toegestaan om borg te vragen.

    De brief aan de Tweede Kamer kunt u hier lezen.

  • Twee nieuwe infobladen over leermiddelenbeleid

    september 2009

    De redactie van Programma Leermiddelenbeleid, een project van de VO-raad, heeft 15 infobladen uitgebracht over leermiddelenbeleid voor docenten en schoolleiding. Hier zijn infobladen 16 en 17 aan toegevoegd: ‘Wat willen we hebben' en ‘Massa en maatwerk, op zoek naar de optimale verhouding per vak, per leerjaar'. De informatiebladen kenmerken zich door compacte, feitelijke en op de praktijk toegesneden informatie, waar mogelijk visueel gepresenteerd. De onderwerpen bestrijken thema's als projectplan, arrangeren, zelf ontwikkelen, mixed media, schooleconomie en auteursrecht. De infobladen zijn hier één voor één in pdf-vorm te downloaden. U kunt de eerste 17 infobladen ook in één pdf-document downloaden. Het model beleidsplan is ook in een invulbare Word-versie beschikbaar. 
     

  • Programmaplan Wikiwijs opgeleverd; start proeffase in december

    september 2009

    Het programmaplan van Wikiwijs is onlangs opgeleverd aan het Ministerie van Onderwijs. Wikiwijs is een initiatief waarbij faciliteiten worden geleverd om het vinden, (door)ontwikkelen en gebruiken van open digitale leermiddelen in het onderwijs te stimuleren én te vergemakkelijken.

    Minister Plasterk heeft Wikiwijs op 3 december 2008 geïnitieerd. Het ministerie van OCW heeft de Open Universiteit en Kennisnetgevraagd Wikiwijs te realiseren.

    Voor en door docenten
    Het open platform kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs. De open leermiddelen die deel uitmaken van Wikiwijs zijn namelijk niet alleen vrij beschikbaar en toegankelijk, maar ook door docenten zelf te arrangeren en aan te dragen.

    Programmaplan
    In augustus van dit jaar is het bijbehorende programmaplan opgeleverd aan het Ministerie van Onderwijs. Het plan is digitaal beschikbaar op de site van Wikiwijs.

    Het programmaplan gaat inhoudelijk in op vijf componenten:

    Ontsluiten (een adequate technische infrastructuur);
    Content (toereikend aanbod van leermateriaal); Community’s (enthousiaste docenten die voldoende mogelijkheden ervaren om zich met elkaar te verbinden); Professionalisering (professionele gebruikers die de kennis en kunde hebben om goed om te kunnen gaan met het ontwikkelen, arrangeren en/of gebruiken van open, digitaal leermateriaal) en Onderzoek (onderbouwde inzichten in de behaalde effecten van Wikiwijs).

    Half december start de proeffase van Wikiwijs met de publicatie van de eerste versie. Meer informatie over Wikiwijs: http://openserviceblog.wordpress.com/


  • Breng zélf nieuwe leermiddelen onder de aandacht!

    september 2009

    Op dinsdag 10 november gaan Dé Onderwijsdagen 2009 van start. Eén van de vijf thema's die daar aan bod komen handelt over het slim toepassen van nieuwe leermiddelen. Het leuke is dat u als onderwijsinstelling op deze dagen zélf aandacht kunt schenken aan dat thema.

    Dé Onderwijsdagen 2009 is een nieuwe, tweedaagse conferentie over (ICT-) innovaties op onderwijsgebied. Deze staat in het teken van 'Samen Slim Leren'.

    Maar wat houdt het thema 'Slim toepassen van nieuwe leermiddelen' eigenlijk in? Op de website van Dé Onderwijsdagen 2009 valt te lezen:

    "Voor zowel de docent als de student wordt de leeromgeving alsmaar rijker. De traditionele schoolborden en boeken worden steeds vaker vervangen door innovatieve middelen. Wat zijn de mogelijkheden voor het onderwijs anno 2009? Welke voordelen bieden deze mogelijkheden en vooral: Wat kunt ù ermee?"

    Win een presentatie
    Wie op die vragen een antwoord heeft óf daar over van gedachten wil wisselen met een groot publiek moet even opletten: SURF en Kennisnet - de organisatoren van de conferentie - bieden onderwijsinstellingen namelijk de mogelijkheid een presentatie te geven aan de bezoekers van Dé Onderwijsdagen 2009. Daarin kunnen zij zelf interessante trends, projecten of praktijkvoorbeelden op het gebied van (ICT-)innovaties in het onderwijs presenteren.

    Thema's
    De presentaties moeten aansluiten op één van de vijf thema's van Dé Onderwijsdagen 2009. Naast het al eerder genoemde 'Slim toepassen van nieuwe leermiddelen' zijn dat: 'Organiseren van onderwijs', 'Samen leren en doceren', 'Verstandig verbinden' en 'Het afstemmen van vraag en aanbod'.

    Aanmelding & selectie
    Opgeven kan tot 13 september 2009. De voorselectie van presentatievoorstellen wordt op 16 september op de website van Dé Onderwijsdagen 2009 gepubliceerd. Het publiek kan dan tot 27 september stemmen welke voorstellen een plaats in het programma krijgen.

    Meer informatie en aanvraagformulieren zijn beschikbaar op www.deonderwijsdagen.nl .

  • Publicatie: 'Van ontzorgen naar zorgen'

    juli 2009

    De website van het Ontwikkelcentrum biedt een nieuwe publicatie aan met de titel 'Van ontzorgen naar zorgen'. Deze haakt in op het thema 'gratis schoolboeken' en handelt over leermiddelen, de relatie met ICT en de rol van de docent.

    Naast aandacht voor leermiddelen komen ook de makers van de leermiddelen en de markt van leermiddelen aan bod. De nieuwe uitgave is gebaseerd op de ervaring die het Ontwikkelcentrum de afgelopen zestien jaar heeft opgedaan met ondermeer het beschikbaar stellen van educatieve content. De brochure biedt een samenvatting van die opgedane kennis en ervaringen.

    'Van ontzorgen naar zorgen' is onderdeel van de Ontwikkelreeks. Daarin geven medewerkers van het Ontwikkelcentrum en specialisten uit het vakgebied hun visie op de ontwikkeling en het gebruik van leermiddelen. U kunt de publicatie gratis downloaden van de website van het Ontwikkelcentrum of via de link hieronder.

    Download 'Van ontzorgen naar zorgen ' (PDF)


  • Digitale wiskundeles wint COS-Award

    Het Carbooncollege in Hoensbroek heeft een COS-Award gewonnen met een door de school ontworpen digitale les in ruimtemeetkunde. De jury waardeerde 'de ludieke koppeling van wiskunde aan kunst'. De school wint er een smartboard mee.
    De COS Awards zijn een initiatief van COS, een onafhankelijk vaktijdschrift voor eigentijds onderwijs en ICT. De wedstrijd heeft als doel het ICT-gebruik op scholen te stimuleren. De scholen die in de prijzen vallen dienen tot voorbeeld en inspiratie voor andere scholen. Daarom worden de ingezonden lessen van de winnende scholen binnenkort geplaatst op www.cos-awards2009.nl. De digibordlessen zijn vrij te gebruiken door andere scholen.
    De inzending van het Carbooncollege is een digitale les, waarbij verschillende softwarepakketten zoals Google Earth en Sketchup zijn geïntegreerd. "Een redelijk lastig en moeilijk vak als ruimtemeetkunde wordt inzichtelijker door het gebruik van deze digibordles", aldus de jury. De tweede prijs in de categorie voortgezet onderwijs ging naar Middenschool Heilig Hart uit Bree (België), de derde prijs naar het Elzendaal College uit Boxmeer. (TE/180509)

  • Open Leermiddelenbank start met pilot Wiskunde

    Onder leiding van adviesbureau Verdonck, Klooster & Associates (www.vka.nl) is de VO-raad een pilot gestart voor de Open Leermiddelenbank, een initiatief om databanken van verschillende aanbieders van digitale leermiddelen te ontsluiten. Dit werd bekendgemaakt op 15 mei tijdens het seminar Kies voor Kansen!, over Europees aanbesteden en open leermiddelen.
    Het pilotproject maakt digitaal leermateriaal voor wiskunde voor onderbouw havo/vwo landelijk beschikbaar per 1 augustus 2009. Al het gepubliceerde materiaal zal worden getoetst aan de hand van een set kwaliteitseisen en geïnventariseerd aan de hand van een vakinhoudelijke leerlijn. Gestreefd wordt naar volledige dekking van de kerndoelen. In ieder geval zal een plan van aanpak worden opgeleverd om eventuele hiaten weg te nemen. Het pilotproject wiskunde vormt de start van een groeipad waarin gefaseerd leermaterialen worden gerealiseerd voor de opeenvolgende leerjaren. In 2012/2013 moet het wiskunde-aanbod dekkend zijn voor alle leerjaren en sectoren. (TE/180509)

  • Onderwijs haalt niet maximale uit leerling

    De inspectie vraagt in haar jaarverslag De staat van het onderwijs aandacht voor het onderwijs aan leerlingen die extra zorg nodig hebben. Dit onderwijs heeft nog te vaak onvoldoende kwaliteit en is te weinig effectief.
    Het is de professionele uitdaging aan leraren om het maximale aan mogelijkheden uit een leerling naar boven te halen. In het VO is de mentaliteit om ‘uit leerlingen te halen wat er in zit’ niet overal voldoende aanwezig, meent de Inspectie. Veel leraren genoegen nemen met een niet bevredigende pedagogisch-didactische situatie: een klas die niet echt gemotiveerd is, waar een ordelijk klimaat ontbreekt, die teleurstellende resultaten behaalt. Dit verenigt zich moeilijk met een gevoel van professionele eigenwaarde. Vaak stuurt de schoolleiding hierop onvoldoende of te laat bij.
    In veel lessen gebruiken leerlingen en leraren de tijd te weinig efficiënt, heerst geen taakgerichte werksfeer, besteden leraren geen aandacht aan verschillen in aanleg of capaciteiten tussen leerlingen en dagen ze leerlingen onvoldoende uit omdat ze geen eigen verantwoordelijkheid van hen eisen. Een goed pedagogisch klimaat krijgt prioriteit boven cognitieve eisen. Leraren volgen doorgaans getrouw de methoden, maar buiten deze methoden formuleren en toetsen zij meestal geen expliciete tussendoelen voor kennis en vaardigheden. Schoolleiders sturen weinig of niet op het bereiken van vastgestelde inimumdoelen. Op veel scholen ontbreekt dus een beleid dat tot doel heeft leerlingen maximaal te laten presteren. Dit is ook zichtbaar in examenresultaten: relatief hoge resultaten voor het schoolexamen tegenover lage voor het centrale examen. (TE/130509)

  • VO combineert traditioneel en vernieuwend onderwijs

    De onderwijsinspectie schrijft in haar jaarverslag dat sommige ontwikkelingen in het VO op alle scholen zichtbaar zijn: de nieuwe mogelijkheden in de onderbouw, de actualisering van het vmbo en de inrichting van de vernieuwde tweede fase havo/vwo. Discussies op scholen gaan over deze ontwikkelingen en minder over onderwijskundige concepten zoals ‘het nieuwe leren’. Scholen stellen nu vooral de vraag: welk onderwijskundig concept past het best bij een bepaald doel en een bepaalde groep leerlingen? Onvruchtbare tegenstellingen in teams zijn grotendeels verdwenen. Er is een zeker pragmatisme op onderwijskundig gebied gekomen. Scholen hebben in meerderheid hun aanvankelijk ambitieuze plannen om de onderbouw volgens 'scenario 4' (een vorm van nieuw leren) in te richten bijgesteld. Nu combineren de meeste scholen traditionele en vernieuwende elementen. Naast het onderwijs in vakken richten ze soms leergebieden in, ze maken professioneler gebruik van digitale mogelijkheden
    en programmeren vakoverstijgende projecten. (TE/130509)

  • Advies Onderwijsraad: Beter inspelen op behoefte aan maatwerk

    Sommige ouders zoeken voor hun kind vervangend of aanvullend onderwijs buiten de
    regulier bekostigde scholen om. Er is geen grote groei te verwachten van dit ‘uitwijkonderwijs’, behalve in naschoolse (huiswerk)begeleiding. Wellicht spelen scholen onvoldoende in op behoefte aan meer maatwerk. Dat stelt de Onderwijsraad in de studie Uitwijken en inbrengen.
    Er zijn vier vormen van uitwijkonderwijs: particulier onderwijs (2.300 leerlingen), thuisonderwijs (circa 200), onderwijs over de grens (ruim 4.000) en aanvullend onderwijs: naschoolse begeleiding van de leerling door een huiswerkinstituut, bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding, bijles of examentraining (tussen de 60.000 en 110.000 leerlingen). Serieuze groei van het aantal leerlingen dat gebruikmaakt van uitwijkonderwijs zal zich naar verwachting vooral voordoen met betrekking tot naschoolse begeleiding.
    De motieven van ouders om hun kind naar het uitwijkonderwijs te laten gaan zijn overwegend onderwijskundig en pedagogisch van aard; praktische motieven spelen een veel minder belangrijke rol. Veel motieven betreffen de kwaliteit van het reguliere onderwijs en de ontevredenheid van de ouders hierover. De motieven van ouders hebben betrekking op het ontbreken van een door regels en structuur gekenmerkt klimaat in reguliere scholen, gebrek aan individuele aandacht en begeleiding, de eisen die in het reguliere onderwijs aan de leerlingen worden gesteld ten aanzien van zelfstandigheid en ‘leren leren’. Enkele maatschappelijke ontwikkelingen, zoals toegenomen eisen vanuit de maatschappij en mondigheid van ouders, competentiegericht onderwijs en passend onderwijs, kunnen de groei van de vraag naar vervangende en aanvullende voorzieningen groter doen worden.
    Scholen signaleren deze behoefte wel, maar maken zich daar vooralsnog geen zorgen over. Dit zal te maken hebben met het feit dat het niet om dusdanige leerlingenaantallen gaat dat scholen in hun voortbestaan worden bedreigd. Het bestaan en de groei van huiswerkinstituten hebben echter ook nog niet geleid tot een kritische houding van scholen ten aanzien van hun onderwijstaken en verantwoordelijkheden. De vraag is of dit terecht is, aldus de Onderwijsraad. Moeten scholen zich meer zorgen maken over de kwaliteit van hun onderwijs of stellen ouders onredelijk hoge eisen aan de scholen? Scholen en schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor goed onderwijs. Dit zou ook kunnen betekenen dat ze in samenwerking met huiswerkinstituten het gewenste onderwijs en de begeleiding realiseren. Op sommige plekken in Nederland gebeurt dat al. (TE/060509)

  • Praktijkgerichte leslokalen goed voor vmbo

    In het vmbo zijn aangepaste leslokalen op de beroepspraktijk goed voor de onderwijskwaliteit. Dat blijkt uit een monitor die staatssecretaris Van Bijsterveldt naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De zogenaamde praktijkgerichte leeromgevingen verhogen de schoolprestaties, verbeteren het schoolklimaat en versterken het imago van het vmbo. In totaal is voor € 205 miljoen aan subsidiebijdragen uitgekeerd. In de praktijkgerichte leeromgeving wordt in de klas de beroepspraktijk zo goed mogelijk nagebootst, zoals garages, kappers en detailwinkels. Doordat leerlingen (praktijk)les krijgen in teams en projectverband is de les anders dan gebruikelijk. Bovendien worden de leerlingen begeleid door meerdere docenten. Zij werken op die manier vaker samen. Uit de monitor blijkt dat het onderwijs in deze vorm voor leerlingen aantrekkelijker wordt. Zij raken extra gemotiveerd en worden zodoende beter voorbereid op het vervolgonderwijs. (TE/040509)

  • Effecten aanbesteding: minder dienstverlening bij minder leveranciers

    Alle Europese aanbestedingen van leermiddelen voor het komende schooljaar zijn achter de rug. De effecten beginnen zichtbaar te worden: minder leveranciers op de markt, meer scholen met een intern boekenfonds, beperkte kostenreductie voor scholen en schrappen in de boekenlijsten. Dat constateert Boekblad Magazine na een rondgang langs schoolboekleveranciers.
    Voor komend schooljaar heeft 20% van alle vo-scholen zijn leermiddelen aanbesteed. In totaal gaat het om 117 scholen met 211.000 leerlingen. Voor schooljaar 2010/2011 verwacht het ministerie dat nog eens 40% zal aanbesteden – 400.000 tot 500.000 leerlingen.
    De eerste 28 procedures hebben geleerd dat nog maar vier partijen actief blijven op de markt: Van Dijk Educatie, Iddink, H. de Vries en Studieboekencentrale. Alle kleine, lokale partijen die nog hebben ingeschreven, vielen direct af. Potentiële nieuwkomers hebben wel bestekken opgevraagd, maar niet of nauwelijks ingeschreven.
    Volgens de leveranciers zijn alle aanbestedingen gegund op prijs. De eisen die werden gesteld aan dienstverlening waren niet onderscheidend genoeg. Niet uitgesloten is dat als gevolg van de margedruk nog maar twee partijen op de markt overblijven.
    Verwacht wordt dat nieuwe aanbestedingsvormen zullen worden bedacht waarin kwaliteit van dienstverlening een grotere rol speelt. “En scholen zullen leren uit het inkooptraject van andere scholen dat zekerheid van levertijden en compleetheid van pakketten minstens zo veel waard is als de prijs alleen”, aldus een leverancier.
    Boekblad Magazine vindt de switch opmerkelijk die scholen maken van een extern boekenfonds naar een gefaciliteerd of intern boekenfonds. “Optisch is dat het goedkoopst, maar heel veel kosten zijn verborgen.”
    Het blad vraagt zich af wat de invoering van de gratis schoolboeken eigenlijk heeft opgeleverd. Het systeem zou de marktwerking verbeteren – vooralsnog is het aantal spelers verminderd en niemand rekent op nieuwe toetreders. De kosten voor schoolboeken moesten omlaag – maar dat streven lijkt te worden gedwarsboomd door een op termijn onhoudbare kortingenstrijd. De kostenreductie komt vooral tot stand doordat scholen maar 316 euro per leerling krijgen en daarom schrappen in hun boekenlijsten. (TE/290409)

  • Uitgevers: Wijs met Wikiwijs

    In een notitie heeft de Groep Educatieve Uitgeverijen (GEU) gereageerd op de brief van minister Plasterk van 7 april 2009 aan de Tweede Kamer over Wikiwijs en de stimulering van open leermiddelen. Onder de kop “Wijs met Wikiwijs” zeggen de uitgevers het een goede zaak te vinden dat de overheid de regie neemt om de vele initiatieven rond digitale leermiddelen te bundelen en om samenhang aan te brengen in de ontsluiting van digitaal materiaal. Ook ondersteunt de GEU het voornemen om Kennisnet en de Open Universiteit een centrale rol toe te kennen. Wikiwijs zorgt voor standaardisering en zorgt voor koppeling tussen open materiaal en materiaal van uitgeverijen.
    Ten aanzien van open leermiddelen zou eerst moeten worden vastgesteld welke behoeftes of uitvoeringsproblemen bij docenten leven. De GEU is van mening dat het perspectief van de docent bepalend moet zijn bij de verdere uitwerking van Wikiwijs. Hoe wil de docent bijvoorbeeld gefaciliteerd worden bij het verzorgen van zijn onderwijs? Welke (on)mogelijkheden constateert de docent in het huidige leermiddelenaanbod? En welke belemmeringen ervaart de docent in de dagelijkse beroepspraktijk?
    Loop geen risico met de kwaliteit van het onderwijs, zo houden de uitgevers de minister voor. Goede leermiddelen ontwikkelen is een vak apart. Ook arrangeren moet je leren. Leermethoden borgen de kwaliteit van het onderwijs, zijn meer dan een stapel legostenen en zorgen voor consistente overdracht. Bovendien is digitaal materiaal geen doel op zich.
    Apart gaat de notitie in op de rol van de overheid: educatief uitgeven is een rol voor de private sector, de overheid zou zich moeten beperken tot het faciliteren en standaardiseren van de infrastructuur en het voorkomen van oneigenlijke concurrentie.
    De educatieve uitgeverijen vinden het allereerst wenselijk dat docenten gefaciliteerd worden bij het gebruikmaken van digitaal leermateriaal. Daarnaast vindt de GEU het wenselijk dat de overheid docenten faciliteert bij het combineren van eigen gemaakt materiaal met het materiaal van de educatieve uitgeverijen. Langs deze weg is een vorm van massamaatwerk mogelijk die het onderwijs ‘als nooit tevoren’ kan verrijken. De GEU-reactie is hier te downloaden. (TE/100409)

  • Wikiwijs in 2010 van start

    Bij het begin van schooljaar 2010-2011 moet Wikiwijs volledig in de lucht zijn. Nog dit jaar gaat een bètaversie van start. Wikiwijs wordt een wikipedia-achtige website gevuld met vrij te gebruiken, te arrangeren en aan te vullen lesmateriaal.
    Kennisnet en de Open Universiteit worden nauw betrokken bij de ontwikkeling, schrijft minister Plasterk aan de Tweede Kamer. Kennisnet en de Open Universiteit moeten zorgen voor de randvoorwaarden als een digitale infrastructuur, auteursrechten en cursussen, zodat docenten en scholen Wikiwijs daadwerkelijk kunnen gaan gebruiken.
    Sinds de lancering van dit initiatief, eind vorig jaar, zijn leraren en andere betrokkenen er met grote voortvarendheid mee aan de slag gegaan. Plasterk is onder de indruk van de “grote creativiteit” die aan de dag wordt gelegd en “de veelheid van projecten”, zoals bijvoorbeeld de Landelijke Open Leermaterialenbank waar de VO-raad mee bezig is.
    Ook de marktpartijen worden betrokken bij het opzetten van Wikiwijs. Het is niet de bedoeling om het digitale materiaal van uitgevers links te laten liggen en volledig te vervangen voor open leermiddelen. “Het is van belang”, schrijft Plasterk, “dat zoveel mogelijk beschikbaar digitaal leermateriaal, open en gesloten, gratis en betaald, publiek en commercieel, eenvoudig kan worden gevonden. Als er geen geschikt open leermateriaal beschikbaar is dan kan een docent er voor kiezen ander digitaal leermateriaal in te zetten.” (TE/080409)

  • Vervolgsubsidie leermiddelenbeleid

    Nieuwe onderwijsvormen vragen om ander leermateriaal en meer maatwerk. Het programma Leermiddelenbeleid biedt hierbij ondersteuning, onder meer in de vorm van een subsidieregeling projecten Leermiddelenbeleid. Scholen die financiële steun willen bij het formuleren van hun leermiddelenbeleid kunnen tot 1 juni 2009 subsidie aanvragen.
    Per aangemelde school is een bedrag van maximaal 15.000 euro per project beschikbaar. Meer informatie over de regeling, de criteria en het aanvraagformulier vindt u op www.vo-raad.nl/leermiddelenbeleid. Het programma Leermiddelenbeleid wordt uitgevoerd door de VO-raad en gefinancierd door het ministerie van OCW. (TE/010409)